ECLI:NL:RBOBR:2021:540
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag tegemoetkoming schildersziekte wegens ontbreken diagnose volgens consensuscriteria
Eiser, voormalig onderhoudsschilder, diende een aanvraag in voor een tegemoetkoming op grond van de Regeling CSE vanwege klachten die hij toeschrijft aan blootstelling aan oplosmiddelen tijdens zijn werk. Verweerder wees de aanvraag af omdat de diagnose van CSE niet voldoet aan het consensusdocument uit 2012, zoals bevestigd door het CSE-panel.
Eiser maakte bezwaar tegen deze afwijzing en leverde nieuwe medische informatie aan, maar het CSE-panel handhaafde haar standpunt dat de diagnose niet voldoet aan de criteria. Eiser betoogde dat het bezwaar onterecht door hetzelfde panel werd beoordeeld en dat de voorwaarden in de regeling niet cumulatief zijn, maar de rechtbank verwierp deze argumenten.
De rechtbank oordeelde dat het bestuursorgaan geen verplichting had een onafhankelijke derde deskundige te benoemen en dat het CSE-panel deskundig en onpartijdig is. Ook concludeerde de rechtbank dat de medische rapporten geen diagnose CSE bevestigen en dat de klachten niet passen bij het ziekteverloop van schildersziekte. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag op grond van de Regeling CSE wordt ongegrond verklaard.