Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 februari 2021 in de zaak tussen
[eisers] , te [woonplaats] , eisers
de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Eisers ontvangen sinds 2 oktober 2017 een pensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) met een AIO-aanvulling, samen naar het normbedrag voor gehuwden. Op 9 mei 2018 heeft eiser zich ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder de naam Schildersbedrijf [naam] .
Ten aanzien van de teruggave inkomstenbelasting van eiseres wijzen zij erop dat eiseres enkel recht heeft op deze teruggave vanwege de inkomsten van eiser. Was de onderneming er niet geweest, dan was de voorlopige aanslag juist geweest. Nu wordt er achteraf beredeneerd dat eiseres wel inkomsten had, maar die waren er feitelijk in 2018 niet.
Volgens eisers klopt de berekening in het bestreden besluit niet. In het bestreden besluit heeft verweerder privé-onttrekkingen aan de onderneming van € 9.270,- als afzonderlijke inkomsten geduid, maar deze onttrekkingen zitten ook in het winstbedrag van € 22.670,-.
Daarnaast hoort het inkomen uit de onderneming niet van belang te zijn voor de AIO in mei 2018, omdat er in die maand nog überhaupt geen geld was binnengekomen. In mei 2018 hadden zij de AIO dus in ieder geval nodig om op bijstandsniveau rond te kunnen komen.
toegerekend. Dat betekent dat achteraf bezien wordt gedaan alsof de inkomsten wel in de periode in geding zijn ontvangen. Het resultaat daarvan is dat alleen diegenen in aanmerking komen voor de AIO die dat financieel echt nodig hebben.
Teruggave inkomstenbelasting
€ 1.230,00 -/-
€ 2.074,00 -/-
Eisers hebben wel terecht aangevoerd dat het bestreden besluit ten onrechte nog de privé-onttrekkingen benoemt als aparte inkomstenbron, omdat deze onttrekkingen al zijn meegenomen in de winstberekening. De winstaangifte 2018 vermeldt als fiscale winst namelijk het resultaat van het eindvermogen (het beginvermogen was logischerwijs € 0,00 in 2018) plus de onttrekkingen minus de stortingen (€ 16.262 + € 9.409 – € 3.001,00 =
€ 22.670). De fiscale winst bedraagt niet toevallig hetzelfde als het hierboven genoemde resultaat vóór aftrek van de loonheffing. Deze fout in de berekening in het bestreden besluit maakt dat de motivering voor de herziening gebrekkig is. De rechtbank zal daarom het beroep gegrond verklaren. Dat verweerder in het bestreden besluit ten onrechte de privé-onttrekkingen als afzonderlijke bron van inkomsten heeft geduid, leidt er echter niet toe dat verweerder ten onrechte tot herziening en terugvordering is overgegaan. Zoals uit de berekening onder overweging 14. volgt zijn de inkomsten van eisers ook dan te hoog om in aanmerking te komen voor de AIO. Daarom zal de rechtbank, naast gegrondverklaring en vernietiging van het bestreden besluit, met toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, óók bepalen dat de rechtsgevolgen van het besluit geheel in stand blijven.