ECLI:NL:RBOBR:2021:4984

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
15 september 2021
Publicatiedatum
16 september 2021
Zaaknummer
373898 / KG ZA 21-513
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:265 BWArt. 10 dealerovereenkomst
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nakoming dealerovereenkomst Aixam tot september 2022 toegewezen na onrechtmatige ontbinding

Eiser, een langdurige dealer van het brommobielmerk Aixam, vordert nakoming van de dealerovereenkomst tot 18 september 2022 nadat Aixam de overeenkomst voortijdig per 1 september 2021 had ontbonden wegens vermeende tekortkomingen. Aixam stelde dat eiser zijn verkooptargets structureel niet haalde en de showroom ombouwde tot Ligier-verkopunt, wat een schending van de overeenkomst zou zijn.

De voorzieningenrechter oordeelt dat Aixam onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat eiser toerekenbaar tekortgeschoten is. De eerdere opzegging van september 2020 met een opzegtermijn van twee jaar was geldig en er was geen geldige ingebrekestelling voorafgaand aan de ontbinding in juli 2021. De achterblijvende verkoopcijfers in de eerste helft van 2021 zijn niet voldoende om de overeenkomst voortijdig te beëindigen.

De stelling dat de verkoop van Ligier-voertuigen een schending vormt wordt verworpen, aangezien het naastverkopen van andere merken niet verboden is. De gevorderde nakoming van de overeenkomst tot 18 september 2022 wordt toegewezen, met een dwangsom voor niet-nakoming. Aixam wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot nakoming van de dealerovereenkomst tot 18 september 2022 toe en verklaart de ontbinding per 1 september 2021 onrechtmatig.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Civiel Recht
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
zaaknummer / rolnummer: C/01/373898 / KG ZA 21-513
Vonnis in kort geding van 15 september 2021
in de zaak van
[eiser], h.o.d.n. [bedrijf]
wonende te [woonplaats] , gemeente [plaats] ,
eiser,
advocaat mr. C.O. Wenckebach te Haarlem,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
AIXAM MEGA NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Uden,
gedaagde,
advocaat mr. T.M. Bodha te Alphen aan den Rijn.
Partijen zullen hierna [eiser] en Aixam genoemd worden.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure uit:
  • de dagvaarding van 20 augustus 2021 met 5 producties
  • de brief van mr. Bodha van 26 augustus 2021 met 10 producties
  • de brief van mr. Wenckebach van 27 augustus 2021 met 2 producties
  • de brief van mr. Bodha van 27 augustus 2021 met een conclusie van antwoord en 1 aanvullende productie
  • de mondelinge behandeling die op 30 augustus 2021 vanwege de Covid-19 maatregelen heeft plaatsgevonden via een verbinding via Skype
  • de pleitnota van [eiser]
  • de pleitnota van Aixam.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[eiser] is al een zeer geruime periode dealer van het brommobiel merk Aixam, dat in Nederland geïmporteerd wordt door Aixam.
2.2.
Partijen hebben op 1 december 2003 een “dealerovereenkomst sales en aftersales” gesloten (hierna: de overeenkomst). In die overeenkomst zijn de volgende - voor zover hier van belang - bepalingen opgenomen:
Artikel 1 ONDERWERP Pro
1.3
De erkende dealer, als tegenprestatie:
(…)
Verplicht zich de nodige inzet te geven om de grootst mogelijke verkoop van de contractuele producten te realiseren en voor dit doel voor een toereikende organisatie zorg te dragen
(…)
Artikel 2 – COMMERCIELE ACTIVITEIT
(…)
2.2
De doelstellingen voor het aantal te verkopen en op voorraad te houden AIXAM voertuigen, evenals het aantal aan te houden showroom- en demonstratiemodellen, worden jaarlijks per kalenderjaar met wederzijds goedvinden vastgesteld en vermeld in een jaarlijks aanhangsel dat door beide partijen wordt ondertekend.
Met uitsluiting van overmacht zal de erkende dealer de nodige inzet geven om de verkoopdoelstellingen van AIXAM voertuigen te realiseren, zoals vastgelegd in het jaarlijkse aanhangsel.
Indien geen overeenstemming wordt bereikt over de voornoemde doelstellingen tussen beide partijen wordt deze overeenkomst tijdelijk voortgezet op basis van de doelstellingen van het voorgaande kalenderjaar.
Artikel 8 – CONTRACTDUUR
8.1
De overeenkomst treedt in kracht met de ondertekening door de twee partijen voor onbepaalde tijd na ondertekening.
8.2
De overeenkomst kan ontbonden worden door een van de twee partijen, zonder opgaf van reden, met een opzegtermijn van twee jaar vanaf datum ontvangst van de wederpartij, bij aangetekende brief met bevestiging.
Artikel 10 – OPZEGGING
Ongeacht de bepaling van artikel 8 kunnen Pro beide partijen, naar eigen goeddunken, de overeenkomst ontbinden in het geval van niet naleving door de andere partij van willekeurig een van haar essentiële verplichtingen. In het bijzonder datgene wat de importeur heeft gesteld in artikel 1 van Pro deze overeenkomst.
De ontbinding kan in alle gevallen onmiddellijk worden uitgesproken, zonder het in gebreke te stellen en zonder het benadelen van alle andere rechten of handelingen. Echter in het geval dat er sprake is van tegenstrijdige bedingen dienen de partijen elkaar in de gelegenheid te stellen alsnog de verplichting na te komen binnen een termijn van 30 dagen.”
2.3.
Bij brief van 18 september 2020 heeft Aixam de dealerovereenkomst met [eiser] met ingang van 18 september 2022 beëindigd, met inachtneming van de in de dealerovereenkomst opgenomen opzegtermijn van twee jaar. Aixam heeft daarbij medegedeeld dat zij zich tot het einde van de dealerovereenkomst alle gemaakte afspraken zal respecteren en nakomen en dat [eiser] zich tot die tijd ook heeft te houden aan de contractuele afspraken.
2.4.
Bij brief van 2 juli 2021 heeft de advocaat van Aixam de dealerovereenkomst per 1 september 2021 ontbonden op grond van artikel 6:265 BW Pro, dan wel artikel 10 van Pro de dealerovereenkomst. De reden die Aixam daarbij geeft is dat de samenwerking door het handelen van [eiser] ernstig en onherstelbaar is verstoord.
2.5.
Bij brief van 10 augustus 2021 heeft de advocaat van [eiser] bezwaar gemaakt tegen de opzegging tegen 1 september 2021 en Aixam gesommeerd de dealerrelatie op de gebruikelijke wijze en in overeenstemming met de door Aixam gehanteerde opzegtermijn voort te zetten tot 18 september 2022.
2.6.
Aixam heeft hieraan geen gehoor gegeven.

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert samengevat - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad Aixam te veroordelen alle verplichtingen uit de tussen partijen gesloten dealerovereenkomst, althans de tussen partijen bestaande dealerrelatie, tot 18 september 2022 op de gebruikelijke wijze na te komen, op straffe van verbeurte van een dwangsom, dan wel Aixam te veroordelen tot die maatregelen die de voorzieningenrechter noodzakelijk of geboden acht, met veroordeling van Aixam in de kosten van deze procedure.
3.2.
[eiser] legt daaraan het volgende ten grondslag. Er is geen sprake van een toerekenbare tekortkoming aan de zijde van [eiser] die ontbinding van de dealerovereenkomst rechtvaardigt. Voor zover Aixam aan de ontbinding ten grondslag legt dat [eiser] zijn salestargets niet heeft gehaald is deze stelling onjuist en kan dit geen reden zijn voor ontbinding nu deze cijfers over 2019 en 2020 op 18 september 2020 allang bij Aixam bekend waren en op dat moment geen reden vormden voor ontbinding van de overeenkomst. Dat de cijfers over de eerste 6 maanden van 2021 een forse terugval hebben laten zien is te wijten aan de lockdown en is niet aan [eiser] verwijtbaar. [eiser] is nooit op behoorlijke wijze in gebreke gesteld en hem is niet de mogelijkheid geboden het beweerdelijke verzuim te herstellen. Geenszins ondenkbaar is dat [eiser] in de tweede helft van 2021 zijn cijfers weer goed kan maken. Daarbij komt dat het nog maar de vraag is of de beweerdelijke tekortkomingen van dusdanige aard zijn dat zij een ontbinding rechtvaardigen. [eiser] is voor een belangrijk deel van zijn inkomsten afhankelijk van Aixam en heeft door de plotselinge beëindiging door Aixam geen mogelijkheid op adequate wijze naar alternatieven te zoeken. [eiser] heeft dan ook een spoedeisend belang bij de door haar ingestelde vorderingen.
3.3.
Aixam voert verweer.

4.De beoordeling

4.1.
In dit kort geding moet de vraag worden beantwoord of Aixam de dealerovereenkomst heeft mogen opzeggen tegen 1 september 2021. Aixam stelt dat zij tot ontbinding van de overeenkomst mocht overgaan omdat er sinds de nazomer van 2020 sprake is van een ernstig onderpresteren door [eiser] . [eiser] heeft de overeengekomen verkooptargets structureel niet gehaald en het marktaandeel van Aixam is gedaald van 45,95 % in 2019 naar 30,56 % in 2020 naar 7,69 % in het eerste half jaar van 2021. Daarnaast heeft Aixam vernomen dat de showroom van [eiser] volledig wordt omgebouwd tot Ligier verkooppunt, waarmee [eiser] een essentiële op haar rustende verplichting uit de dealerovereenkomst heeft geschonden.
4.2.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft Aixam onvoldoende aannemelijk gemaakt dat sprake is van een tekortkoming aan de zijde van [eiser] die ontbinding van de overeenkomst per 1 september 2021 rechtvaardigt. Voor zover Aixam ter onderbouwing van haar stelling verwijst naar tekortkomingen van [eiser] gelegen in de periode vanaf 2014 tot 2020 (vergelijk ook prod. G.2 en G.4) geldt dat Aixam op 18 september 2020 de dealerovereenkomst met [eiser] niet heeft ontbonden, maar heeft opgezegd met inachtneming van de in de dealerovereenkomst opgenomen opzegtermijn van twee jaar, dus tegen 18 september 2022. In ieder geval was er op dat moment dus nog geen aanleiding voor Aixam de dealerovereenkomst (vanwege wanprestatie) eerder dan tegen 18 september 2022 te beëindigen. In de opzeggingsbrief wordt ook geen melding gemaakt van tekortkomingen aan de zijde van [eiser] . Aixam stelt wel dat zij in de brief [eiser] heeft gemaand de overeenkomst na te komen, maar de in de opzeggingsbrief gebruikte bewoordingen hebben slechts een algemene strekking en kunnen niet als een ingebrekestelling worden beschouwd.
4.3.
Voor zover Aixam zich op het standpunt stelt dat zich na de opzegging op 1 juli 2021 feiten en omstandigheden hebben voorgedaan die ontbinding van de dealerovereenkomst rechtvaardigen faalt ook dat verweer. [eiser] heeft onbetwist gesteld dat hij de door partijen vastgestelde doelstelling voor 2019 en 2020 gewoon heeft gehaald. Weliswaar kan aan Aixam worden toegegeven dat (ook als wordt uitgegaan van de lezing van [eiser] ) de verkopen in de eerste helft van 2021 tot op heden zijn achtergebleven bij de cijfers van vorig jaar (volgens [eiser] heeft hij in 2021 tot op heden 9 Aixam brommobielen verkocht), kan daaruit vooralsnog niet de conclusie worden getrokken dat [eiser] de doelstelling voor 2021 niet zal halen, als was het maar omdat het jaar nog niet is verstreken. Het is is dus ook voorbarig om reeds nu die conclusie te trekken.
4.4.
Ook de stelling van Aixam dat [eiser] Ligier voertuigen is gaan verhandelen ten koste van de verkoop van Aixam brommobielen biedt onvoldoende aanknopingspunten voor de conclusie dat [eiser] zijn verplichtingen uit de dealerovereenkomst niet is nagekomen. Niet in geschil is tussen partijen dat het [eiser] in beginsel is toegestaan naast Aixam brommobielen ook voertuigen van andere merken - bijvoorbeeld - Ligier te verkopen. Dat er een klant in de winkel van [eiser] is geweest waarbij de Aixam showroom niet toegankelijk was en dat op de website van [eiser] nog verouderde Aixam modellen staan is op zichzelf onvoldoende om op dit moment aan te nemen dat [eiser] toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit hoofde van de dealerovereenkomst. Daar komt bij dat niet is gebleken dat Aixam [eiser] deugdelijk in gebreke heeft gesteld en de mogelijkheid heeft gegeven om het beweerdelijke verzuim te herstellen. Voor zover Aixam zich beroept op artikel 10 van Pro de dealerovereenkomst waaruit zou volgen dat voor ontbinding van de overeenkomst geen ingebrekestelling is vereist overweegt de voorzieningenrechter dat dit beroep, gezien de aard van de overeenkomst en de lange duur van de samenwerking tussen partijen, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar moet worden geacht. Ook de brief van Aixam van 25 augustus 2021 kan niet als een deugdelijke ingebrekestelling worden beschouwd, nu deze brief dateert van na de buitengerechtelijke ontbinding op 2 juli 2021.
4.5.
Dit alles leidt tot de conclusie dat Aixam onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat [eiser] toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen. Zij kan zich er dus niet op beroepen dat de overeenkomst van partijen is geëindigd per 1 september 2021. De voorzieningenrechter ziet in de stellingen van [eiser] in combinatie met het door haar gestelde grote belang om de overeenkomst (nog) niet te verliezen en het feit dat Aixam in 2020 nog geen aanleiding zag de overeenkomst op kortere termijn te ontbinden aanleiding om te oordelen dat op dit moment ontbinding van de overeenkomst in ieder geval een te vérstrekkende maatregel is. Dit betekent dat de vordering van [eiser] om Aixam te veroordelen alle verplichtingen uit de tussen partijen gesloten dealerovereenkomst tot 18 september 2022 op de gebruikelijke wijze na te komen zal worden toegewezen als na te melden. De voorzieningenrechter tekent daarbij aan dat daarmee niet is gezegd dat zich geen feiten en omstandigheden kunnen voordoen die grond vormen voor Aixam (na deugdelijke ingebrekestelling) de overeenkomst met [eiser] op een eerdere termijn te ontbinden wegens toerekenbare tekortkoming van [eiser] .
4.6.
De gevorderde dwangsom zal worden beperkt als volgt.
4.7.
Aixam zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiser] worden begroot op:
- dagvaarding € 103,32
- griffierecht 667,00
- salaris advocaat
1.016,00
Totaal € 1.786,32

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
veroordeelt Aixam om alle verplichtingen uit de tussen partijen gesloten dealerovereenkomst tot 18 september 2022 op de gebruikelijke wijze na te komen,
5.2.
veroordeelt Aixam om aan [eiser] een dwangsom te betalen van € 500,00 voor iedere dag dat zij niet aan de in 5.1. uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 100.000,00 is bereikt,
5.3.
veroordeelt Aixam in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op € 1.786,32,
5.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Loesberg en in het openbaar uitgesproken op 15 september 2021.