Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.De zaak in het kort
2.De procedure
3.De feiten
4.Het geschil
in conventie
5.De beoordeling
ongerechtvaardigdeverrijking of een
onverschuldigdebetaling is dan geen sprake.
Rechtbank Oost-Brabant
Partijen, die negen jaar een relatie hadden zonder huwelijk, geregistreerd partnerschap of samenlevingsovereenkomst, leefden samen in een woning van de vrouw. De man vorderde terugbetaling van diverse bedragen die hij tijdens de relatie betaalde, waaronder voor keuken, vloertegels, meubilair, vakantie en hypotheeklasten. De vrouw voerde verweer en stelde zelf vorderingen in reconventie.
De rechtbank oordeelde dat geen sprake was van een gemeenschap van goederen omdat de man geen mede-eigenaar was van de woning of inboedel. Betalingen voor keuken en vloertegels waren gebaseerd op een afspraak dat hij de keuken zou betalen en zij de tegels, waardoor geen ongerechtvaardigde verrijking of onverschuldigde betaling bestond. Andere vorderingen, zoals voor meubilair en apparatuur, waren onvoldoende onderbouwd.
Betalingen voor de vakantie op Curaçao waren eveneens gebaseerd op een afspraak dat de man de vakantie grotendeels zou betalen. De vermeende bijdrage aan hypotheeklasten kon niet worden bewezen en werd gezien als bijdrage aan huishoudkosten, waarover partijen geen nadere afspraken hadden gemaakt. De vorderingen in reconventie werden afgewezen omdat de vrouw erkende dat de man de geluidsinstallatie had betaald en de voorwaardelijke vordering niet aan de orde was.
De rechtbank compenseerde de proceskosten zodat iedere partij haar eigen kosten draagt en wees alle vorderingen af.
Uitkomst: Alle vorderingen van partijen worden afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd.