Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 25 mei 2021 in de zaak tussen
Aldi Best B.V., te Best, eiseres
de heffingsambtenaar van de gemeente 's-Hertogenbosch, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
€ 170.446,43 bedraagt. Een huurwaarde van € 170.446,43 komt, uitgaande van de niet tussen partijen in geschil zijnde vloeroppervlakte van de onroerende zaak van 1151,25 m2 neer op een huurwaarde per m2 van de onroerende zaak van (afgerond) € 148.
1 september 2018, omdat uit de huurovereenkomsten duidelijk volgt dat de winkelruimten en de beschikbaar komende parkeerplaatsen in ontwikkeling zijn of zelfs nog gebouwd moeten worden. In verband daarmee is over de ingangsdatum van de huur in artikel 3.1 van de huurovereenkomsten bepaald dat deze wordt vastgelegd in een aanvulling op de huurovereenkomst. Daarom is voldoende aannemelijk dat de huur(prijs) is ingegaan op 1 september 2018. Omdat eiseres de bruikbaarheid van de door verweerder gebruikte huren van de vergelijkingsobjecten (mede) in verband met het tijdsverloop tussen de datum van de huurtransactie en de waardepeildatum betwist, moet verweerder aannemelijk maken dat hij deze huren heeft gecorrigeerd voor de tussentijdse huurprijsontwikkeling in het (huur)marktsegment waartoe de panden behoren. De rechtbank overweegt dat de opwaartse correctie in dit geval van weinig belang is. De door verweerder berekende huurwaarden per m2 op de waardepeildatum van de vergelijkingsobjecten [adres 3] , [adres 4] en [adres 5] betreffen respectievelijk € 199,59, € 172,42 en € 176,35. Deze huurwaarden en wat uit het taxatierapport van verweerder blijkt over de tussentijdse huurontwikkeling, laten naar het oordeel van de rechtbank geen andere conclusie toe dan dat ook zonder correcties voor de tussentijdse huurprijsontwikkeling de huurwaarden per m2 van de vergelijkingsobjecten aanzienlijk hoger zijn dan € 148. Deze conclusie wordt niet anders indien de huurwaarde per m2 van het vergelijkingsobject [adres 5] van € 176,35 wegens de in de huurovereenkomst betreffende dat object opgenomen bepalingen over parkeerplaatsen buiten beschouwing wordt gelaten.