Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 12 maart 2021 in de zaken tussen
[naam], in [woonplaats] , eisers in zaak 19/2897
[naam], in [woonplaats] , eisers in zaak 19/2942,
Rechtbank Oost-Brabant
Eisers hebben op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) verzocht om openbaarmaking van documenten die ten grondslag liggen aan het besluit van 3 juli 2018 over de gunning van een CPO-initiatief in Eindhoven. Het college heeft een aantal documenten openbaar gemaakt en andere geweigerd op basis van de weigeringsgronden van de Wob, waaronder het belang van intern beraad.
Eisers stelden dat er meer documenten moesten bestaan, zoals gespreksverslagen en evaluatierapporten, en dat het college niet volledig had beslist op hun verzoeken. De rechtbank oordeelt dat de verzoeken om aanvullende documenten een ongeoorloofde uitbreiding van het oorspronkelijke Wob-verzoek vormen. Tevens is vastgesteld dat het college voldoende onderzoek heeft gedaan en dat aannemelijk is dat er geen andere documenten onder het college berusten.
De rechtbank bevestigt dat passages in een adviesnota terecht zijn geweigerd wegens intern beraad en persoonlijke beleidsopvattingen. Ook is het inschrijfformulier van CPO Philipsdorp openbaar gemaakt en is het bestaan daarvan niet betwist. De beroepen worden daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt dat het college terecht documenten heeft geweigerd op grond van intern beraad en dat er geen meer documenten onder het college berusten.