Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 18 december 2020 in de zaak tussen
Stichting Groen Kempenland, te Bladel,
Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: [naam] , te [woonplaats] , gemachtigde: mr. C.S. Hoitink.
Procesverloop
Overwegingen
- Derde-partij houdt ter plaatse twee inrichtingen voor het houden van varkens. Deze zijn naast elkaar gevestigd, aan de [adres] en [nummer] te [woonplaats] . Voor het bedrijf aan de [adres] is op 27 april 2009 een omgevingsvergunning voor de activiteit “milieu” verleend voor in totaal 3.992 gespeende biggen, 268 kraamzeugen, 853 guste/drachtige zeugen), drie dekberen en 260 vleesvarkens, voor de stallen 1, 2 en 4 t/m 10. Verder is op 16 november 2009 kennisgeving op grond van artikel 8.19 Wet milieubeheer (nu: omgevingsvergunning voor het milieuneutraal veranderen) gedaan.
- Op 22 februari 2019 hebben eisers verweerder verzocht om handhavend op te treden tegen het overschrijden van de vergunde dieraantallen op de varkensfokkerij van derde-partij aan de [adres] (het bedrijf).
- Op 21 maart 2019 heeft de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant namens verweerder op het bedrijf een controle uitgevoerd. Tijdens deze controle is geconstateerd dat
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerder op binnen 6 weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 345,00 aan eisers te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 1.050,00.