Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 18 december 2020 in de zaak tussen
Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: [naam] te [vestigingsplaats] .
Procesverloop
Overwegingen
- Op 1 november 2005 is een omgevingsvergunning voor de gehele inrichting aan de [adres] te [vestigingsplaats] . Op 25 mei 2009 is een omgevingsvergunning verleend voor het veranderen van de inrichting. Op basis van de geldende vergunning (ten tijde van het indienen van de aanvraag) mochten 1.989 varkens worden gehouden.
- Op 12 augustus 2013 (verder: het bestreden besluit) heeft verweerder aan [naam] , te [vestigingsplaats] (de rechtsvoorganger van de derde-partij), een omgevingsvergunning verleend voor de activiteiten milieu, bouwen en afwijken van het bestemmingsplan ten behoeve van een nieuwe stal voor 2.928 vleesvarkens, voorzien van een gecombineerde luchtwasser.
- Verweerder heeft op 14 december 2017 een controle verricht. Hierbij is geconstateerd dat de in 2013 vergunde stal niet is opgericht. Op 30 juli 2020 is geconstateerd dat de inrichting in werking is conform de in 2013 verleende vergunning en dat de stal voor 2.928 vleesvarkens ook is gebouwd en in gebruik is genomen.
Beslissing
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit voor zover dit besluit betrekking heeft op de inrichting aan de [adres] ;
- verklaart het beroep tegen het nadere besluit ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 525,00: