ECLI:NL:RBOBR:2020:3495

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
13 juli 2020
Publicatiedatum
13 juli 2020
Zaaknummer
8535878 \ EJ VERZ 20-231
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:668 BWArt. 7:673 BWArt. 7:686a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering aanzegvergoeding en transitievergoeding na beëindiging arbeidsovereenkomst

Verzoekster was in dienst bij TaxModel op basis van een arbeidsovereenkomst voor zes maanden, verlengd tot 31 maart 2020. TaxModel informeerde verzoekster niet tijdig over het niet verlengen van de overeenkomst, wat een aanzegverplichting schendt. Tevens betaalde TaxModel geen salaris over de laatste werkdag en een te lage transitievergoeding.

TaxModel stelde dat de verlenging korter dan zes maanden was en dat er geen aanzegplicht bestond. Ook voerde zij verwijten aan over het gedrag van verzoekster, waaronder integriteitsproblemen en het laat aanleveren van een VOG. De kantonrechter oordeelde dat de arbeidsovereenkomst tot 31 maart 2020 liep, dat de aanzegplicht niet was nagekomen en dat de transitievergoeding onjuist was berekend.

De kantonrechter wees de aanzegvergoeding van €5.100, het achterstallige salaris van €274,51 met wettelijke verhoging en rente, en een aanvullende transitievergoeding van €136 toe. De gevorderde incassokosten werden afgewezen wegens gebrek aan bewijs. Proceskosten werden aan TaxModel opgelegd. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: TaxModel wordt veroordeeld tot betaling van aanzegvergoeding, transitievergoeding inclusief vakantietoeslag, achterstallig salaris met wettelijke verhoging en rente, en proceskosten.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK OOST-BRABANT

Civiel Recht
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Zaaknummer: 8535878 \ EJ VERZ 20-231
Beschikking van 13 juli 2020
in de zaak van:
[verzoekster] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoekster,
gemachtigde: mr. I.T.F. van den Heuvel.
tegen:
TaxModel InHouse B.V.,
gevestigd te 's-Hertogenbosch,
verweerster,
procederend bij monde van mr. J. Moonen.
Partijen worden hierna genoemd “ [verzoekster] ” en “TaxModel”.

1.Het procesverloop

1.1.
[verzoekster] heeft op 26 mei 2020 een verzoekschrift (met 13 producties) ingediend waarin (onder andere) wordt verzocht om TaxModel te veroordelen tot betaling van een vergoeding wegens het niet nakomen van de zogenoemde aanzegverplichting, het restant van de transitievergoeding en achterstallig salaris. TaxModel heeft een verweerschrift (met 7 producties) ingediend.
1.2.
Op 24 juni 2020 heeft via een skypeverbinding een zitting plaatsgevonden. Deze zitting is (via skype) voortgezet op 1 juli 2020. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht.

2.De feiten

2.1.
[verzoekster] , geboren op [geboortedatum] , is op 1 april 2019 in dienst getreden bij TaxModel in de functie van “Hoofd Marketing Design”, met een salaris van € 5.100,- bruto per maand.
2.2.
De arbeidsovereenkomst is aangegaan voor de duur van zes maanden, van 1 april 2019 tot en met 30 september 2019. De arbeidsovereenkomst is vervolgens verlengd.
2.3.
In de opvolgende arbeidsovereenkomst is, voor zover in deze procedure van belang, het volgende bepaald:
“This Agreement has been entered into for a definite period of time of 6 (six) months and therefore terminates by operation of law on the 30rd day of March, 2020. (…)
Employer shall inform the Employee whether the Employment Agreement will be renewed, at least 1 (one) month before te end of this Employment Agreement.”
2.4.
Op 31 maart 2020 is door TaxModel aan [verzoekster] medegedeeld dat haar arbeidsovereenkomst niet zal worden verlengd. Op 1 april 2020 vond een “off-boarding” gesprek plaats.
2.5.
Bij brief van 11 april 2020 heeft de gemachtigde van [verzoekster] zich gewend tot TaxModel en onder andere de wettelijke verhoging en de wettelijke rente aangezegd vanaf 30 april 2020.

3.Het verzoek

3.1.
[verzoekster] verzoekt de kantonrechter, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. TaxModel te veroordelen tot betaling van de (gedeeltelijke) transitievergoeding van € 136,- bruto;
II. TaxModel te veroordelen tot betaling aan [verzoekster] van de wettelijke rente vanaf het tijdstip van opeisbaarheid van de hiervoor onder I genoemde vergoeding tot aan de dag van voldoening;
III. TaxModel te veroordelen tot betaling van het salaris over 31 maart 2020, neerkomende op € 274,51 bruto/€ 165,57 netto;
IV. TaxModel te veroordelen tot betaling aan [verzoekster] van de wettelijke verhoging en wettelijke rente vanaf het tijdstip van opeisbaarheid van het onder III genoemde salaris tot de dag van voldoening;
Primair:V. TaxModel te veroordelen tot betaling van de aanzegvergoeding van € 5.100,- bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente;
Subsidiair:
VI. TaxModel te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding van € 5.508,- bruto in verband met de onregelmatige opzegging, te vermeerderen met de wettelijke rente;
Zowel primair als subsidiair:
VII. TaxModel te veroordelen tot betaling van de incassokosten van € 636,80;
VIII. TaxModel te veroordelen in de kosten van de procedure.
3.2.
Aan dit verzoek legt [verzoekster] – kort gezegd – het volgende ten grondslag.
De opeenvolgende arbeidsovereenkomst heeft zes maanden geduurd, van 1 oktober 2019 tot en met 31 maart 2020. TaxModel heeft verzuimd om [verzoekster] uiterlijk een maand voor 31 maart 2020 te informeren over het al dan niet voortzetten van de overeenkomst.
Daarnaast heeft TaxModel geen salaris betaald over 31 maart 2020 en heeft zij te weinig transitievergoeding betaald. Bij de berekening van de transitievergoeding is namelijk geen rekening gehouden met de vakantietoeslag. Omdat TaxModel in verzuim verkeert met betaling van voornoemde bedragen, is zij de wettelijke rente verschuldigd. Over het achterstallige salaris is TaxModel ook de wettelijke verhoging verschuldigd.

4.Het verweer

4.1.
TaxModel verweert zich en stelt dat het verzoek om haar te veroordelen tot betaling van de gevorderde vergoedingen moet worden afgewezen.
4.2.
TaxModel voert daartoe – samengevat – het volgende aan.
De opeenvolgende arbeidsovereenkomst met [verzoekster] is aangegaan voor de duur van zes maanden minus één dag, namelijk van 1 oktober 2019 tot en met 30 maart 2020. Er rustte derhalve geen wettelijke verplichting op TaxModel om het einde van de arbeidsovereenkomst tijdig en schriftelijk aan te zeggen. Bovendien was aan [verzoekster] reeds op 16 maart 2020 telefonisch medegedeeld wat de voorwaarden waren om de arbeidsrelatie voort te kunnen zetten. Er bestond geen basis voor [verzoekster] om werkzaamheden te verrichten op 31 maart 2020 en TaxModel heeft deze werkzaamheden ook niet goedgekeurd. Bovendien heeft [verzoekster] al vanaf 29 maart 2020 geen reguliere werkzaamheden meer verricht, maar heeft zij zich deze dagen bezig gehouden met het formuleren van persoonlijke doelstellingen, hetgeen een voorwaarde vormde voor de voortzetting van de arbeidsrelatie.
De reden voor het niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst is gelegen in de twijfels omtrent de integriteit van [verzoekster] . [verzoekster] heeft een groot aantal schuldeisers en er is beslag gelegd op haar loon. Daarnaast heeft zij lange tijd getreuzeld met het verstrekken van de Verklaring Omtrent Gedrag (VOG). Bij [verzoekster] speelt een patroon van last-minute medewerking, gebrek aan transparantie en een weigerachtige houding, wat zich laatstelijk heeft voorgedaan in de vorm van een directe weigering om duidelijke persoonlijke doelstellingen te formuleren. Voorts verwijt TaxModel [verzoekster] dat zij op geen enkele wijze heeft geprobeerd om in overleg te treden over de verdere financiële afwikkeling van haar ontslag, maar dat zij direct een advocaat heeft ingeschakeld.

5.De beoordeling

Einde dienstverband
5.1.
Het gaat in deze zaak allereerst om de vraag voor welke duur de aanvankelijk tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst, lopende tot en met 30 september 2019, is verlengd. [verzoekster] huldigt het standpunt dat de arbeidsovereenkomst is aangegaan voor de duur van zes maanden, eindigende op 31 maart 2020. Volgens TaxModel is een verlenging overeengekomen van korter dan zes maanden, namelijk tot en met 30 maart 2020.
5.2.
De kantonrechter overweegt als volgt.
5.2.1.
Vast staat dat in de arbeidsovereenkomst zowel de duur van zes maanden als een einddatum van 30 maart 2020 zijn vermeld. Verder is in de arbeidsovereenkomst weliswaar opgenomen dat de werkgever de werknemer ten minste één maand voor het einde van de arbeidsovereenkomst zal informeren over het al dan niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst, maar ook deze bepaling biedt geen uitsluitsel over de vraag welke duur partijen zijn overeengekomen. Ter onderbouwing van haar stelling heeft [verzoekster] e-mailcorrespondentie in het geding gebracht. Daaruit blijkt dat de heer [naam] op 30 maart 2020 om 16:07 uur feedback heeft geleverd op het door [verzoekster] aangeleverde document. In de e-mail van de heer [naam] is het volgende vermeld (onderstreept door de ktr): “
Ik wil graag zien dat het doc een planmatiger karakter heeft en je bovengenoemde B en de route ernaartoe vertaalt naar concrete acties en milestones en data/looptijd eraan verbindt. (….) Zoals gezegd: als ik voormorgen begin werkdageen doc heb dat meer in lijn ligt met bovenstaande, kunnen we hiermee vooruit.Neem de tijd alsjeblieft.”.[verzoekster] heeft daarop om 18:08 uur gereageerd dat zij haar commentaar in het document heeft verwerkt en zij de heer van den [naam] zo zal bellen. Uit de e-mail van de heer [naam] van 19:17 uur blijkt dat hij en [verzoekster] telefonisch contact hebben gehad. In de e-mail schrijft de heer [naam] het volgende: “
(…)Dus overdenk dit ajb en kijk wat je aan kunt leveren, dan ga ik morgen ermee verder”.
5.2.2.
Naar het oordeel van de kantonrechter ondersteunt de e-mailwisseling de stelling van [verzoekster] dat de arbeidsovereenkomst eerst op 31 maart 2020 is geëindigd. Immers, indien TaxModel ervan uitging dat de arbeidsovereenkomst zou eindigen op 30 maart 2020, ligt het niet voor de hand dat de heer [naam] [verzoekster] daar niet op wijst en haar in zijn e-mail van 30 maart 2020 om 19:17 uur verzoekt om een aangepast plan aan te leveren, terwijl de arbeidsovereenkomst volgens TaxModel op dat moment al zou zijn geëindigd. Ook duidt het feit dat pas op 31 maart 2020 - en dus niet op 30 maart 2020 - aan [verzoekster] via een videoverbinding is medegedeeld dat haar contract niet zal worden verlengd, erop dat de arbeidsovereenkomst op 31 maart 2020 is geëindigd. Dat [verzoekster] haar laatste werkdagen niet haar reguliere werkzaamheden heeft verricht, maakt dat niet anders, aangezien uit de e-mailwisseling duidelijk blijkt dat zij op instructie van de heer [naam] en de heer [naam 2] aan haar persoonlijke doelstellingen heeft gewerkt. Andere feiten en/of omstandigheden waaruit zou moeten blijken dat de arbeidsovereenkomst op 30 maart 2020 is geëindigd, zijn door TaxModel niet aangevoerd. Los daarvan geldt dat de tekst van de arbeidsovereenkomst is opgesteld door TaxModel en daarin is bepaald dat de (voortgezette) arbeidsovereenkomst een duur heeft van zes maanden. Terecht betoogt [verzoekster] dat ook daaruit kan worden afgeleid dat de arbeidsovereenkomst eerst op 31 maart 2020 is geëindigd. Hetzelfde geldt voor haar stelling dat zulks blijkt uit de als productie 13 overgelegde “Staff offboarding checklist”. Daarin wordt als einddatum van de arbeidsovereenkomst 31 maart 2020 genoemd. De conclusie luidt dan ook dat in rechte is komen vast te staan dat de arbeidsovereenkomst op 31 maart 2020 is geëindigd.
Aanzegvergoeding
5.3.
Op grond van het bepaalde in artikel 7:668 lid Pro 1, onderdeel a, BW rust op de werkgever bij een arbeidsovereenkomst die zes maanden of langer heeft geduurd, een aanzegverplichting. Op uiterlijk 29 februari 2020 had TaxModel [verzoekster] schriftelijk moeten informeren over het al dan niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst. Dat is niet gebeurd en TaxModel is daarom op grond van artikel 7:668 lid 3 BW Pro een vergoeding verschuldigd gelijk aan het loon voor één maand, te weten € 5.100,- bruto. Dit bedrag zal dan ook worden toegewezen. Ook de wettelijke rente zal conform art. 7:668 lid 3 BW Pro worden toegewezen, nu deze vordering niet afzonderlijk is weersproken.
Achterstallig salaris
5.4.
Zoals reeds onder 5.3. is overwogen, staat in rechte vast dat de arbeids-overeenkomst op 31 maart 2020 is geëindigd. Dat betekent dat [verzoekster] recht heeft op salaris over deze dag. Een bedrag van € 274,51 bruto zal worden toegewezen. Aangezien TaxModel te laat is met betalen, zijn ook de wettelijke verhoging en wettelijke rente toewijsbaar.
Transitievergoeding
5.5.
Met ingang van 1 januari 2020 (zie het Besluit van 11 juli 2019,
Stb2019/266) geldt als gevolg van de Wet arbeidsmarkt in balans (Wet van 29 mei 2019,
Stb2019/219) om bij het einde van de arbeidsovereenkomst aanspraak te kunnen maken op de transitievergoeding als bedoeld in artikel 7:673 BW Pro niet langer het vereiste dat de arbeidsovereenkomst ten minste 24 maanden moet hebben geduurd. In beginsel heeft de werknemer die aanspraak als de arbeidsovereenkomst door de werkgever wordt opgezegd, op diens verzoek wordt ontbonden of de arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt en op initiatief van de werkgever niet aansluitend is voortgezet en voor het eindigen van de arbeidsovereenkomst geen opvolgende arbeidsovereenkomst is aangegaan, die tussentijds kan worden opgezegd en ingaat na een tussenpoos van ten hoogste zes maanden. Op grond van artikel XII van de Wet arbeidsmarkt in balans (a contrario) is deze wet op het verzoek van [verzoekster] van toepassing.
5.6.
De kantonrechter begrijpt het verweer van TaxModel aldus dat zij meent dat zij op grond van artikel 7:673 lid 7 aanhef Pro en onder c, BW geen transitievergoeding verschuldigd is, omdat het niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van [verzoekster] . TaxModel heeft aan haar stelling ten grondslag gelegd dat er vanwege het loonbeslag twijfels bestonden over de integriteit van [verzoekster] die [verzoekster] niet heeft weggenomen en dat [verzoekster] pas na lang aandringen haar VOG heeft verstrekt. [verzoekster] heeft ter zitting naar voren gebracht dat zij wegens ziekte de VOG niet eerder kon verstrekken en zij met al haar schuldeisers een regeling heeft getroffen.
5.7.
De kantonrechter overweegt als volgt. Uit de parlementaire geschiedenis van de Wet werk en zekerheid blijkt dat de uitzonderingsgrond van artikel 7:673 lid 7 aanhef Pro en onder c BW een beperkte reikwijdte heeft en terughoudend moet worden toegepast. De werknemer kan zijn recht op een transitievergoeding alleen kwijtraken in uitzonderlijke gevallen, waarin evident is dat het tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst leidende handelen of nalaten van de werknemer niet slechts als verwijtbaar, maar als ernstig verwijtbaar moet worden aangemerkt. De kantonrechter is van oordeel dat, ook als de verwijten die TaxModel maakt terecht zouden zijn, hier geen sprake van is. Bovendien is TaxModel reeds tijdens de eerste arbeidsovereenkomst bekend geworden met het loonbeslag en het (al dan niet opzettelijk) laat aanleveren van de VOG en heeft dat haar er niet van weerhouden om de arbeidsovereenkomst met [verzoekster] te verlengen. Nu geen sprake is van ernstig verwijtbaar handelen, is TaxModel ook het restant van de transitievergoeding aan [verzoekster] verschuldigd. Niet weersproken is dat bij de berekening van de transitievergoeding geen rekening is gehouden met de 8% vakantietoeslag, terwijl dat op grond van artikel 3 van Pro het Besluit loonbegrip vergoeding aanzegtermijn en transitievergoeding, wél is vereist. Het bedrag van € 136,00 zal dan ook worden toegewezen, evenals de wettelijke rente conform art. 7:686a lid 1 BW daarover, nu deze niet afzonderlijk is weersproken.
Buitengerechtelijke kosten
5.8.
De door [verzoekster] verzochte vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is niet toewijsbaar, omdat niet is gesteld of gebleken dat relevante buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht.
Proceskosten
5.9.
De proceskosten komen voor rekening van TaxModel, omdat zij (grotendeels) ongelijk krijgt. Het standpunt dat de procedure nodeloos zou zijn gestart omdat TaxModel bereid was om in gesprek te gaan, deelt de kantonrechter niet. Uit de stukken blijkt immers dat de gemachtigde van [verzoekster] diverse malen aan TaxModel heeft verzocht om tot betaling van de gevorderde bedragen over te gaan, maar dat TaxModel daar niet toe bereid was. Dat [verzoekster] zich al in een vroeg stadium heeft laten bijstaan door een advocaat, kan haar niet worden tegengeworpen, nu het haar vrijstaat om juridische bijstand in te schakelen.

6.De beslissing

De kantonrechter:
6.1.
veroordeelt TaxModel tot betaling aan [verzoekster] van € 136,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 30 april 2020 tot aan de dag van de gehele betaling;
6.2.
veroordeelt TaxModel tot betaling aan [verzoekster] van € 274,51 bruto, te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 50% hierover, alsmede te vermeerderen met de wettelijke rente over het bedrag van € 274,51 bruto vanaf 1 april 2020 tot aan de dag van de gehele betaling;
6.3.
veroordeelt TaxModel tot betaling aan [verzoekster] van € 5.100,00 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 30 april 2020 tot aan de dag van de gehele betaling;
6.4.
veroordeelt TaxModel tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [verzoekster] tot en met vandaag vaststelt op € 716,00, te weten:
griffierecht € 236,00
salaris gemachtigde € 480,00 ;
6.5.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
6.6.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. E. Loesberg, kantonrechter en op 13 juli 2020 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.