Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
(zaaksdossier [benadeelde 1] )
waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich (telkens) de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen (elektrisch) gereedschap en/of geld en/of kleding onder zijn/hun bereik hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;
in elk geval misdrijven.
De formele voorvragen.
Inleiding.
Bewijsmiddelen en de beoordeling daarvan.
Feit 1
Feit 2
deelneming aaneen organisatie ligt tevens het opzet van de verdachte besloten. Het opzet van de verdachte moet zijn gericht op het deelnemen aan de organisatie. Voor deelneming aan een criminele organisatie is voldoende dat een verdachte in zijn algemeenheid – in de zin van onvoorwaardelijk opzet – weet dat de organisatie het plegen van misdrijven tot oogmerk heeft. Daarbij is niet vereist dat de verdachte enige vorm van opzet heeft op de door de criminele organisatie beoogde concrete misdrijven.
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf.
De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] .
De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] .
De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 7] .
De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 6] .
Beslag.De officier van justitie is van mening dat de rechtbank geen beslissing hoeft te nemen over de onder verdachte in beslag genomen goederen. Op een aantal goederen rust namelijk conservatoir beslag. De overige goederen zijn aan verdachte teruggegeven.
DE UITSPRAAK
T.a.v. feit 1:diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich detoegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak,meermalen gepleegd.T.a.v. feit 2:deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.De rechtbank verklaart verdachte hiervoor strafbaar.
T.a.v. feit 1, feit 2:Gevangenisstraf voor de duur van 54 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafrecht.
Maatregel van schadevergoeding van € 254,44 subsidiair 5 dagen [gijzeling 2] .
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] .
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 7] .
Maatregel van schadevergoeding van € 6.000,- subsidiair 65 dagen [gijzeling 1] .Legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 6] van een bedrag van € 6.000,- (zegge: zesduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 65 dagen gijzeling. Het bedrag bestaat uit materiële schadevergoeding (post eigen risico goederenverzekering € 1.000,- en post marge gestolen goederen € 5.000,-).