Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Bewijs
Feit 1, oplichtingen.
oogmerk van wederrechtelijke bevoordelingblijkt uit de feitelijke omstandigheden, waaronder de bedrijfsvoering, op grond waarvan verdachten wisten of moesten weten dat de aangegane verplichtingen niet nagekomen zouden kunnen worden. Naar het oordeel van de rechtbank hebben verdachten moeten beseffen dat hun handelen als noodzakelijk (en dus door hen gewild) gevolg met zich bracht dat zij of een ander onrechtmatig bevoordeeld zouden worden. Uit onderzoek is gebleken dat inleggelden na ontvangst vrijwel meteen werden aangewend voor geheel andere doeleinden dan de aankoop van polissen, bijvoorbeeld voor de huur van de sportschool van de partner van verdachte en privé-uitgaven van verdachten.
ertoe bewogen zijndeel te nemen en geldbedragen in te leggen.
Als de vertrouwenwekkende aard, het aantal en de indringendheid van de aan de inleggers gedane en in brochures weergegeven mededelingen in onderling verband en samenhang worden bezien, is voor de rechtbank duidelijk dat bij de inleggers door dat
samenweefsel van verdichtselseen onjuiste voorstelling van zaken in het leven is geroepen.
Anders dan de officier van justitie heeft geconcludeerd, acht de rechtbank ook wettig en overtuigend bewezen dat aangevers mede zijn bewogen tot de afgifte van gelden door hen de vertrouwen wekkende omstandigheid voor te wenden dat de Amerikaanse overheidsinstantie LISA betrokken was.
In enkele gevallen ontving verdachte al een dag na de inleg door inleggers gelden op haar rekening. Met één van de inleggers ging verdachte zelfs naar de bank toe om de overboeking naar de rekening op naam van [medeverdachte 1] in orde te maken, waarna zij ook dan weer een dag later een aanzienlijk bedrag op haar rekening ontving.
medeplegenvereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de medeverdachte is komen vast te staan.
Feit 2, valsheid in geschrift.
Feit 3, witwassen.
- een geringe waarde van het van misdrijf afkomstige vermogensbestanddeel dat met een op legale wijze verkregen vermogen vermengd is geraakt, al dan niet in verhouding tot de omvang van het op legale wijze verkregen deel;
- een groot tijdsverloop tussen het moment waarop het van misdrijf afkomstige vermogensbestanddeel is vermengd met het legale vermogen en het tijdstip waarop het verwijt van witwassen betrekking heeft;
- een groot aantal of bijzondere veranderingen in dat vermogen in de tussentijd;
- een incidenteel karakter van de vermenging van het van misdrijf afkomstige vermogensbestanddeel met het legale vermogen [1] .
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf en/of maatregel.
Integriteit en vertrouwen zijn belangrijke pijlers in het handelsverkeer en de financiële dienstverlening. Verdachte en haar mededader hebben aan deze pijlers gezaagd. De slachtoffers die zij met een financiële en vaak ook emotionele strop hebben opgezadeld, zijn daarmee niet de enige benadeelden. De branche als zodanig heeft door het handelen van verdachten eveneens schade opgelopen.
De rechtbank neemt aldus een zwaardere straf tot uitgangspunt dan de door de officier van justitie gevorderde straf, omdat de rechtbank van oordeel is dat de gevorderde straf de ernst van het bewezen verklaarde onvoldoende tot uitdrukking brengt.
Omdat het een complexe zaak betreft zou de rechtbank voor de eerste aanleg een termijn van 3 jaren redelijk achten. Deze duur van 3 jaren is echter ruim, te weten met 3,5 jaar, overschreden, nu eerst in juni 2020 vonnis wordt gewezen. Van een aanzienlijke overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van Pro het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens is aldus sprake en deze overschrijding dient in de straf te worden verdisconteerd.
Om die reden zal de rechtbank in plaats van voornoemde straf van 20 maanden een gevangenisstraf van 18 maanden opleggen. Deze straf is passend en geboden en in verband met een juiste normhandhaving kan niet worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf.
De vorderingen van de benadeelde partijen.
- verlies rendement;
- de kosten van het eerdere gevoerde kort geding;
- kosten van het oversluiten van de hypotheek;
- gewijzigde hypotheekrente;
- restschuld na verkoop woning;
- immateriële schade.
Artikel 3:310 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek luidt:
“Indien de gebeurtenis waardoor de schade is veroorzaakt, een strafbaar feit oplevert waarop de Nederlandse strafwet toepasselijk is, verjaart de rechtsvordering tot vergoeding van schade tegen de persoon die het strafbaar feit heeft begaan niet zolang het recht tot strafvordering niet door verjaring of door de dood van de aansprakelijke persoon is vervallen.”
Het voorstel bevat geen bijzondere bepaling van overgangsrecht omdat onmiddellijke werking van het voorstel gewenst is. Dit vloeit voort uit artikel 68a lid 1 Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek (Ow). Het voorgestelde verjaringsregime is derhalve ook van toepassing op strafbare feiten die vóór de inwerkingtreding van het onderhavige voorstel zijn begaan. Onwenselijk is evenwel dat dit tot gevolg kan hebben dat een dader van een strafbaar feit met een vordering geconfronteerd kan worden, die onder het huidige regime reeds verjaard was. Artikel 73a lid 2 Ow voorkomt dit. Deze bepaling bewerkstelligt dat een verjaringstermijn die reeds is verstreken, niet door de inwerkingtreding van de wet «herleeft».
- de kosten van het kort geding, aangezien in zoverre geen sprake is van rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade. Het kort geding zag op nakoming van de overeenkomst, terwijl het bewezen verklaarde feit oplichting betreft;
- immateriële schade;
a. oogmerk om zodanige schade toe te brengen, bijvoorbeeld indien de verdachte iemand heeft gedood met het oogmerk aan de benadeelde partij immateriële schade toe te brengen;
b. aantasting in de persoon: 1) door het oplopen van lichamelijk letsel, 2) door schade in zijn eer of goede naam of 3) op andere wijze;
(c. bepaalde gevallen van aantasting van de nagedachtenis van een overledene.)
Van de onder b.3 bedoelde aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ is in ieder geval sprake indien de benadeelde partij geestelijk letsel heeft opgelopen. Degene die zich hierop beroept, zal voldoende concrete gegevens moeten aanvoeren waaruit kan volgen dat in verband met de omstandigheden van het geval psychische schade is ontstaan. Daartoe is vereist dat naar objectieve maatstaven het bestaan van geestelijk letsel kan worden vastgesteld. Ook als het bestaan van geestelijk letsel in voornoemde zin niet kan worden aangenomen, is niet uitgesloten dat de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de benadeelde, meebrengen dat van de in art. 6:106, aanhef en onder b, BW bedoelde aantasting in zijn persoon ‘op andere wijze’ sprake is. In zo een geval zal degene die zich hierop beroept de aantasting in zijn persoon met concrete gegevens moeten onderbouwen. Dat is slechts anders indien de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen.
Motivering van de hoofdelijkheid.
Schadevergoedingsmaatregel.
Gijzeling gekoppeld aan de schadevergoedingsmaatregel.
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd;(ten aanzien van feit 2:)
medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd(ten aanzien van feit 1 primair:)
medeplegen van witwassen.
gevangenisstrafvoor de duur van
18 maanden;
[slachtoffer 6]van een bedrag van EUR 77.100,14 (zegge: zevenenzeventigduizend en honderd euro en veertien eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 16 dagen gijzeling. Het bedrag bestaat uit materiële schade (post inleg minus maandelijkse uitbetalingen en daarnaast de posten kosten afsluiten hypotheek).
[slachtoffer 26]van een bedrag van EUR 32.390,00 (zegge: tweeëndertig duizend driehonderdnegentig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 16 dagen gijzeling. Het bedrag bestaat uit materiële schade (post inleg minus maandelijkse uitbetalingen).
[slachtoffer 16]van een bedrag van EUR 62.444,- (zegge: tweeënzestigduizend vierhonderdvierenveertig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 16 dagen gijzeling. Het bedrag bestaat uit materiële schade (post inleg minus maandelijkse uitbetalingen).
[slachtoffer 21]van een bedrag van EUR 39.392,50 (zegge: negenendertigduizend driehonderd tweeënnegentig euro en vijftig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 16 dagen gijzeling. Het bedrag bestaat uit materiële schade (post inleg minus maandelijkse uitbetalingen).
[slachtoffer 22]van een bedrag van EUR 21.100,- (zegge: eenentwintigduizend eenhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 16 dagen gijzeling. Het bedrag bestaat uit materiële schade (post inleg minus maandelijkse uitbetalingen).
[slachtoffer 10]van een bedrag van EUR 14.750,00 (zegge: veertienduizend zevenhonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 16 dagen gijzeling. Het bedrag bestaat uit materiële schade (post inleg minus maandelijkse uitbetalingen).
[slachtoffer 1]van een bedrag van EUR 73.882,98 (zegge: drieënzeventigduizend achthonderdtweeëntachtig euro en achtennegentig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 16 dagen gijzeling. Het bedrag bestaat uit materiële schade (post inleg minus maandelijkse uitbetalingen en daarnaast de post kosten oversluiten hypotheek).
[slachtoffer 12]van een bedrag van EUR 105.280,22 (zegge: honderdvijfduizend tweehonderdtachtig euro en tweeëntwintig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 16 dagen gijzeling. Het bedrag bestaat uit materiële schade (post inleg minus maandelijkse uitbetalingen en daarnaast de post kosten oversluiten hypotheek).
[slachtoffer 3]van een bedrag van EUR 52.000,- (zegge: tweeënvijftigduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 16 dagen gijzeling. Het bedrag bestaat uit materiële schade (post inleg minus maandelijkse uitbetalingen).
[slachtoffer 18]van een bedrag van EUR 21.228,44 (zegge: eenentwintigduizend tweehonderdachtentwintig euro en vierenveertig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 16 dagen gijzeling. Het bedrag bestaat uit materiële schade (post inleg minus maandelijkse uitbetalingen en daarnaast de posten kosten oversluiten hypotheek en de hypotheekrente).
[slachtoffer 19]van een bedrag EUR 21.228,44 (zegge: eenentwintigduizend tweehonderdachtentwintig euro en vierenveertig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 16 dagen gijzeling. Het bedrag bestaat uit materiële schade (post inleg minus maandelijkse uitbetalingen en daarnaast de posten kosten oversluiten hypotheek en de hypotheekrente).
[slachtoffer 17]van een bedrag van EUR 77.500,00 (zegge: zevenenzeventigduizend vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 16 dagen gijzeling. Het bedrag bestaat uit materiële schade (post inleg minus maandelijkse uitbetalingen).
[slachtoffer 4]van een bedrag van EUR 21.920,16 (zegge: eenentwintigduizend negenhonderdtwintig euro en zestien eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 16 dagen gijzeling. Het bedrag bestaat uit materiële schade (post inleg minus maandelijkse uitbetalingen).
M.H. [slachtoffer 2]van een bedrag van EUR 85.826,14 (zegge: vijfentachtigduizend achthonderdzesentwintig euro en veertien eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 16 dagen gijzeling. Het bedrag bestaat uit materiële schade (post inleg minus maandelijkse uitbetalingen).
[slachtoffer 20]van een bedrag van EUR 38.914,13 (zegge: achtendertigduizend negenhonderdveertien euro en dertien eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 16 dagen gijzeling. Het bedrag bestaat uit materiële schade (post inleg minus maandelijkse uitbetalingen).
[slachtoffer 15]van een bedrag van EUR 27.600,- (zegge: zevenentwintigduizend zeshonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 16 dagen gijzeling. Het bedrag bestaat uit materiële schade (post inleg minus maandelijkse uitbetalingen).
[slachtoffer 14]van een bedrag van EUR 15.250,- (zegge: vijftienduizend tweehonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 16 dagen gijzeling. Het bedrag bestaat uit materiële schade (post inleg minus maandelijkse uitbetalingen).
[slachtoffer 24]van een bedrag van EUR 63.600,- (zegge: drieënzestigduizend zeshonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 16 dagen gijzeling. Het bedrag bestaat uit materiële schade (post inleg minus maandelijkse uitbetalingen).
[slachtoffer 7]van een bedrag van EUR 33.700,- (zegge: drieëndertigduizend zevenhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 16 dagen gijzeling. Het bedrag bestaat uit materiële schade (post inleg minus maandelijkse uitbetalingen).
[slachtoffer 27](rechtbank begrijpt echtpaar
[slachtoffer 13]) van een bedrag van EUR 15.250,- (zegge: vijftienduizend tweehonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 16 dagen gijzeling. Het bedrag bestaat uit materiële schade (post inleg minus maandelijkse uitbetalingen).
[slachtoffer 5]van een bedrag van EUR 23.962,99 (zegge: drieëntwintigduizend negenhonderdtweeënzestig euro en negenennegentig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 16 dagen gijzeling. Het bedrag bestaat uit materiële schade (post inleg minus maandelijkse uitbetalingen en daarnaast de kosten voor het oversluiten van de hypotheek en de hypotheekrente).
[slachtoffer 8]van een bedrag van EUR 26.225,01 (zegge: zesentwintigduizend tweehonderdvijfentwintig euro en één eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 16 dagen gijzeling. Het bedrag bestaat uit materiële schade (post inleg minus maandelijkse uitbetalingen).