Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 juni 2020 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
3 augustus 2018 ingetrokken. De reden hiervoor was dat opgevraagde informatie over de afkoop van een pensioen door verweerder niet was ontvangen. Tegen dit besluit hebben eiser en [naam 1] bezwaar gemaakt.
24 september 2018. Vervolgens is afgesproken dat niet meer zal worden beslist op het bezwaar tegen het besluit van 11 september 2018.
[adres 1] te [woonplaats] en dat ook niet ter discussie staat dat eiser sinds
22 november 2018 weer wel daar woont. Volgens verweerder bestaat er wél onduidelijkheid over de feitelijke woonsituatie van eiser in de periode van 15 oktober 2018 tot 22 november 2018. Eiser zou in die periode wonen op het adres [adres 2] te [woonplaats] , maar hij heeft zich daar nooit laten inschrijven en een huurovereenkomst is nooit overgelegd. Uit onderzoek op het betreffende adres is gebleken dat eiser niet op dat adres heeft verbleven. Hierbij komt dat aan eiser in het besluit van 24 oktober 2018 uitdrukkelijk de verplichting is opgelegd om nadere informatie over zijn woonsituatie te overleggen. Eiser heeft dit niet gedaan. Verweerder is daarom van mening dat eiser in de periode van 15 oktober 2018 tot en met 21 november 2018 geen recht heeft op een bijstandsuitkering. Voor zover het bezwaar zich richt tegen het wél verstrekken van bijstand aan [naam 1] wordt het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, omdat de gemachtigde van eiser alleen eiser vertegenwoordigt.
15 oktober 2018 ingeschreven op een adres van [naam 2] , alwaar hij mocht wonen omdat de thuissituatie zoveel spanningen opleverde. Eiser woonde in de betreffende periode aan de [adres 2] te [woonplaats] en heeft dat, zodra hij weer naar de echtelijke woning verhuisde, doorgegeven aan verweerder. Om onduidelijke redenen wordt er geen waarde gehecht aan eisers verklaring, maar wel aan die van [naam 2] . Bij het onaangekondigde huisbezoek is voorts niet met eiser gesproken en een dergelijk gesprek heeft ook vooraf niet plaatsgevonden. Ook overigens is eiser niet in de gelegenheid gesteld zich te verweren.
Beslissing
mr. M.W. Venderbos, griffier. De uitspraak is in het openbaar geschied