ECLI:NL:RBOBR:2020:3051
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugwerkende kracht verhoging AOW-pensioen na intrekking schuldige nalatigheid
Eiseres ontvangt sinds 2006 een AOW-pensioen waarop een korting van 2% werd toegepast wegens vermeende schuldige nalatigheid bij premiebetaling over 2003. Na een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep in 2016 trok de Sociale Verzekeringsbank deze schuldige nalatigheid in en verhoogde het pensioen vanaf oktober 2019 met een nabetaling vanaf mei 2016.
Eiseres maakte bezwaar omdat zij meent dat zij vanaf 2008 te weinig AOW ontving. De SVB handhaafde het besluit met de uitleg dat terugwerkende kracht wettelijk beperkt is tot één jaar, tenzij er bijzondere omstandigheden zijn. De SVB vond de situatie van eiseres bijzonder genoeg om terug te gaan tot mei 2016, maar niet verder.
De rechtbank beoordeelde het beleid van de SVB en concludeerde dat de korting uit 2008 geen fout van de SVB was en dat de rechtspraak geen grond bood om het rechtens onaantastbare besluit te doorbreken. Er was geen bijzonder geval dat een langere terugwerkende kracht rechtvaardigde. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de beperkte terugwerkende kracht van de AOW-pensioenverhoging wordt ongegrond verklaard.