Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 12 februari 2019 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Helmond, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder terecht aangenomen dat de bijstandsverlening aan eiser vanaf 8 april 2017 in verband met de mogelijkheid van intering op overschrijding van de vermogensgrens gedurende een periode van 30 dagen werd onderbroken. Aan de intrekking van de uitkering van eiser per 8 april 2017 moest derhalve de werking van een beëindiging worden toegekend. Evenzeer terecht heeft verweerder met ingang van de 31e dag, dat wil zeggen per 8 mei 2017, opnieuw bijstand aan eiser verleend, vanwege een negatief saldo van bezittingen en schulden op dat tijdstip, met een nieuwe vaststelling van het vermogen en een nieuwe bepaling van het vrij te laten vermogen.