Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
De tenlastelegging.
- op 17 VDM’s (genummerd: [VDM 1] , [VDM 2] , [VDM 3] , [VDM 4] , [VDM 5] , [VDM 6] , [VDM 7] , [VDM 8] , [VDM 9] , [VDM 10] , [VDM 11] , [VDM 12] , [VDM 13] , [VDM 14] , [VDM 15] , [VDM 16] en [VDM 17] , p. 5839 t/m 5872 (map 15)) telkens in strijd met de waarheid is vermeld dat er (vaste) mest is geladen op en is afgeleverd door het bedrijf aan de [adres leverancier 1] te Nederweert-Eind ( [leverancier 1] ,) aan verdachte(n) in of omstreeks de periode 17 april 2010 tot en met 19 april 2010 en/of
- op 10 VDM’s (genummerd: [VDM 18] , [VDM 19] , [VDM 20] , [VDM 21] , [VDM 22] , [VDM 23] , [VDM 24] , [VDM 25] , [VDM 26] en [VDM 27] , p. 5579-4496, (‘map 12)), (telkens) in strijd met de waarheid is vermeld dat (onbewerkte/ongescheiden,) mest is geladen bij het bedrijf aan de [adres leverancier 2] te IJsselsteyn ( [leverancier 2] ,) en is afgeleverd aan verdachte op of omstreeks 30 april 2010 en/of
- op 8 VDM’s (genummerd: [VDM 28] , [VDM 29] , [VDM 30] , [VDM 31] , [VDM 32] , [VDM 33] , [VDM 34] en [VDM 35] , p. 55 79-4496 (map 12)), (telkens) in strijd met de waarheid is vermeld dat er (bewerkte/gescheiden) mest is gelost bij het bedrijf aan de [adres leverancier 2] te IJsselsteyn ( [leverancier 2] ) op of omstreeks 30 april 2010 en/of
- op 2 VDM’s (genummerd [VDM 36] en [VDM 37] ) (telkens,) in strijd met ede waarheid is vermeld dat er (vaste) mest (na scheiding) is geladen door verdachte(n) bij het bedrijf aan de [adres leverancier 3] te Someren ( [leverancier 3] ) op of omstreeks 15 december 2012,
- op 17 VDM’s (genummerd: [VDM 1] , [VDM 2] , [VDM 3] , [VDM 4] , [VDM 5] , [VDM 6] , [VDM 7] , [VDM 8] , [VDM 9] , [VDM 10] , [VDM 11] , [VDM 12] , [VDM 13] , [VDM 14] , [VDM 15] , [VDM 16] en [VDM 17] , p. 5839 t/m 5872 (map 15]) telkens in strijd met de waarheid is vermeld dat er (vaste) mest is geladen op en is afgeleverd door het bedrijf aan de [adres leverancier 1] te Nederweert-Eind ( [leverancier 1] ,) aan verdachte(n) in of omstreeks de periode 17 april 2010 tot en met 19 april 2010 en/of
- op 10 VDM’s (genummerd: [VDM 18] , [VDM 19] , [VDM 20] , [VDM 21] , [VDM 22] , [VDM 23] , [VDM 24] , [VDM 25] , [VDM 26] en [VDM 27] , p. 5579-4496, (map 12)), (telkens) in strijd met de waarheid is vermeld dat (onbewerkte/ongescheiden) mest is geladen bij het bedrijf aan de [adres leverancier 2] te IJsselsteyn ( [leverancier 2] ) en is afgeleverd aan verdachte(n) op of omstreeks 30 april 2010 en/of
- op 8 VDM’s (genummerd: [VDM 28] , [VDM 29] , [VDM 30] , [VDM 31] , [VDM 32] , [VDM 33] , [VDM 34] en [VDM 35] , p. 5579-4496 (map 12), (telkens) in strijd met de waarheid is vermeld dat er (bewerkte/gescheiden) mest is gelost bij het bedrijf aan de [adres leverancier 2] te IJsseÏsteyn ( [leverancier 2] ) op of omstreeks 30 april 2010 en/of
- op 2 VDM’s (genummerd [VDM 36] en [VDM 37] ) (telkens) in strijd met ede waarheid is vermeld dat er (vaste) mest (na scheiding) is geladen door verdachte(n) bij het bedrijf aan de [adres leverancier 3] te Someren ( [leverancier 3] ) op of omstreeks 15 december 2012;
- het laden/lossen van mest door verdachte(n) bij het bedrijf aan de [adres leverancier 4] te Oostrum ( [leverancier 4] ,) op of omstreeks 18 januari 2011 b(RVDM genummerd [RVDM 1] en/of RVDM genummerd [RVDM 2] ,) en/of
- het laden van (drijf)mest door verdachte(n) bij het bedrijf aan de [adres leverancier 5] te Nederweert ( [leverancier 5] ) op of omstreeks 7 maart 2013 (RVDM genummerd [RVDM 3] )
- het laden/lossen van mest door verdachte(n) bij het bedrijf aan de [adres leverancier 4] te Oostrum ( [leverancier 4] ) op of omstreeks 18 januari 2011 b(RVDM genummerd [RVDM 1] en/of RVDM genummerd [RVDM 2] ) en/of
- het laden van (drijf)mest door verdachte(n) bij het bedrijf aan de [adres leverancier 5] te Nederweert ( [leverancier 5] ) op of omstreeks 7 maart 2013 (RVDM genummerd [RVDM 3] )
- fictieve) laad- en losmeldingen en/of vervoershandelingen te verrichten en/of te laten/doen verrichten en/of te registreren en/of te laten/doen registreren (op VDM’s en/of weegbonnen en/of via/door (valse) (digitale,) AGR/GPS meldingen bij Dienst Regelingen (thans Rijksdienst voor Ondernemend Nederland) en/of
- door het doen/laten opslaan van hoeveelheden mest in (een) — niet daarvoor geschikt(e) en/of toereikend(e) - (mest)opslag(en) en/of
- door het niet inzichtelijk maken van de werkelijke verplaatsing van die (hoeveelheden) mest en/of
- door gebruik te maken van valse AGR/GPS laad- en losmeldingen
- door het manipuleren van mestmonsters van de niet geladen en/of geloste vrachten mest,
- (fictieve) laad- en losmeldingen en/of vervoershandelingen te verrichten en/of te laten/doen verrichten en/of te registreren en/of te laten/doen registreren (op VDM’s en/of weegbonnen en/of via/door (valse) (digitale) AGR/GPS meldingen bij Dienst Regelingen (thans Rijksdienst voor Ondernemend Nederland)) en/of
- door het doen/laten opslaan van hoeveelheden mest in (een) niet daarvoor geschikt(e) en/of toereikende) - (mest) opslag(en) en/of
- door het niet inzichtelijk maken van de werkelijke verplaatsing van die (hoeveelheden) mest en/of
- door gebruik te maken van valse AGR/GPS laad- en losmeldingen
- door het manipuleren van (mest)monsters van de niet geladen en/of geloste vrachten mest,
De geldigheid van de dagvaarding.
De bevoegdheid van de rechtbank.
De ontvankelijkheid van de officier van justitie.
Schorsing der vervolging.
De bewijsmiddelen en de beoordeling daarvan.
vrijspraak.
nadathet daaraan ten grondslag liggende misdrijf, te weten het doen van voormelde valse meldingen, is gepleegd. De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat de hiervoor genoemde rechtspersonen de (fictieve) mest hebben verkregen uit enig door verdachte voorafgaande aan de ten laste gelegde witwashandelingen gepleegd misdrijf, beoordeeld naar de geldende witwasbepalingen in de ten laste gelegde periode van 1 januari 2010 tot en met 1 oktober 2014.
De aansprakelijkheid van de diverse rechtspersonen en van verdachte als feitelijk leidinggever.
de bewijsmiddelen.
bewijsoverwegingen.
tussenconclusie.
kan verdachte als feitelijk leidinggever worden aangemerkt.
de eindconclusie