Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 21 mei 2019 in de zaken tussen
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vught, verweerder
de gemeenteraad van de gemeente Vught(de gemeenteraad), (gemachtigden: mr. F.A. Pommer, mr. R.P. Randewijk en J.M.C van Vliet).
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart de beroepen tegen bestreden besluit 2 en bestreden besluit 4 ongegrond;
- verklaart de beroepen tegen bestreden besluit 1 en bestreden besluit 3 gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit 1 en bestreden besluit 3;
- bepaalt dat verweerder binnen twaalf weken na deze uitspraak een nieuw besluit moet nemen op de aanvraag voor afwijkend gebruik van het bestemmingsplan voor een inrit op de Boslaan met inachtneming van deze uitspraak en dat verweerder hierbij afdeling 3.4 van de Awb buiten toepassing kan laten;
- bepaalt dat verweerder binnen zestien weken na deze uitspraak een nieuw besluit moet nemen op het bezwaar van eisers tegen de weigering van een omgevingsvergunning voor de bouw een hotel, met inachtneming van deze uitspraak en pas nadat verweerder heeft besloten op de aanvraag voor afwijkend gebruik van het bestemmingsplan voor een inrit op de Boslaan;
- bepaalt dat verweerder eisers het door hen betaalde griffierecht van € 238,– moet vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten, tot een bedrag van € 1.536,–.
mr. J. Huijben, leden, in aanwezigheid van mr. A.F. Hooghuis, griffier. De beslissing is in het openbaar geschied op 21 mei 2019.