Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.De procedure
- de dagvaarding van 10 januari 2019 met producties 1 tot en met 10;
- het faxbericht van 17 januari 2019 van mr. Vink met producties 11 en 12;
- het faxbericht van 21 januari 2019 van mr. Vink met productie 13;
- het faxbericht van 25 januari 2019 van mr. Van den Wildenberg met de eis in reconventie, alsmede producties 1 tot en met 8;
- het faxbericht van 28 januari 2019 van mr. Vink met producties 14 tot en met 17;
- het faxbericht van 28 januari 2019 van mr. Van den Wildenberg, ingekomen ter griffie te 10.59 uur met twee aanvullende producties;
- het faxbericht van 28 januari 2019 van mr. Vink, ingekomen ter griffie te 16.50 uur met de producties 18 en 19;
- de mondelinge behandeling op 29 januari 2019, waarbij mr. Vink de vordering heeft toegelicht aan de hand van een pleitnota en mr. Van den Wildenberg een conclusie van antwoord heeft overgelegd;
- het bezwaar van mr. van den Wildenberg tegen de overgelegde producties 14 tot en met 18 van mr. Vink vanwege het late tijdstip van indiening;
- de weigering door de voorzieningenrechter van de producties 18 en 19 vanwege het late tijdstip van indiening;
- de aanhouding in verband met de descente op 25 februari 2019;
- de bij faxberichten van 15 februari 2019 en 20 februari 2019 van mr. Vink ontvangen producties 18 tot en met 27;
- de descente aan de [adres] en [adres] te [woonplaats] op 25 februari 2019, waarna ten slotte vonnis is bepaald.