Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.De procedure
- de dagvaarding van 7 maart 2019 met 10 producties
- de mondelinge behandeling van 22 maart 2019
- de pleitnota van Woonbedrijf
- de pleitnota van [gedaagde] .
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
dummyvuurwerk aan de muur was bevestigd. Zonder nader toelichting – die ontbreekt – valt niet in te zien dat deze vuurwerkhobby zich zou beperken tot het enkel voorhanden hebben van (consumenten)vuurwerk gedurende het jaar om dit vuurwerk vervolgens af te steken in de periode omstreeks Oudjaar. De voorzieningenrechter zou zich nog kunnen voorstellen dat iemand bij wijze van hobby vuurwerk verzamelt zoals een ander dat doet met postzegels of munten, maar dat is niet gesteld. Dit rijmt ook niet met de vondst van zelf gefabriceerde ontstekingsmechanismen.
dummyvuurwerk aan de wand had bevestigd en ook hoe dat vuurwerk eruit zag. [gedaagde] heeft ook niet gesteld dat hij dit pas is te weten gekomen ná het onderzoek door de politie op 3 januari 2019.