Eiseres had een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor zeven wijzigingen aan een inrichting. Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant wees de aanvraag buiten behandeling omdat niet was voldaan aan de voorwaarden voor een milieuneutrale wijziging zoals bedoeld in artikel 3.10, derde lid, van de Wabo.
De rechtbank oordeelde in een tussenuitspraak dat verweerder moest motiveren of de afzonderlijke wijzigingen milieuneutraal waren en of de aanvraag gesplitst kon worden. Verweerder stelde dat eiseres bewust had gekozen voor een gecombineerde aanvraag en dat niet alle wijzigingen milieuneutraal waren.
De rechtbank concludeerde dat door de verplaatsing van het lozingspunt en onduidelijkheid over geur- en geluidsemissies geen sprake was van een milieuneutrale wijziging. Omdat eiseres ervoor koos de aanvraag niet te splitsen, kon de aanvraag niet als milieuneutraal worden beschouwd. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen bleven in stand. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.