ECLI:NL:RBOBR:2018:6593
Rechtbank Oost-Brabant
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen voorgenomen juridische splitsing afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid en ongegrondheid
De rechtbank Oost-Brabant behandelde op 27 november 2018 het verzet van Attent Veere B.V. en Emté Serooskerke B.V. tegen de voorgenomen juridische splitsing van Sligro Food Group Nederland B.V. en aanverwante partijen. Sligro had meerdere voorstellen tot splitsing ingediend, waaronder afsplitsingen van huurovereenkomsten die verband houden met de Emté-formule. Attent en Emté Serooskerke stelden dat zij gerechtigd waren verzet in te stellen vanwege mogelijke schendingen van wettelijke bepalingen en contractuele rechten, waaronder concerngaranties en de continuïteit van de Emté-formule.
De rechtbank oordeelde dat Attent niet ontvankelijk was omdat zij geen directe rechtsverhouding had met partijen bij de splitsing. Ook Emté Serooskerke werd niet ontvankelijk verklaard voor zover haar verzet gericht was tegen Emté Holding en de vennootschap in oprichting, omdat deze geen partij waren bij de splitsing. De rechtbank stelde vast dat de wettelijke gronden voor verzet limitatief zijn en dat de voorgenomen splitsing aan de wettelijke vereisten voldeed, inclusief de omschrijving van over te gaan vermogensbestanddelen en het behoud van rechtsverhoudingen.
Het argument dat de splitsing zou leiden tot het beëindigen van de Emté-formule en daarmee tot benadeling van franchisenemers werd niet als grond voor verzet aanvaard, aangezien dit verband houdt met een eerdere overdracht aan een consortium en niet met de splitsing zelf. Ook werd geoordeeld dat de gevraagde waarborgen niet konden worden geëist van Sligro. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard en opgeheven. Verzoeksters werden hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten van Sligro en de andere verweersters.
Uitkomst: Verzoeksters Attent en Emté Serooskerke worden niet-ontvankelijk verklaard en het verzet tegen de splitsing wordt ongegrond verklaard en opgeheven.