Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 21 december 2018 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
29 november 2005 heeft het college de aanmelding van eiser voor deelname aan de VIV 2005 geaccepteerd.
27 augustus 2013 is de gevraagde ontheffing alsnog verleend.
2 september 2016 bepaald en de aan eiser te verlenen subsidie vastgesteld als ware zijn bedrijf op 31 december 2015 verplaatst. Eiser heeft de rechtbank vervolgens laten weten zich daarin niet te kunnen vinden. Het hiervoor onder 1.8. genoemde beroep is daarom verder behandeld tijdens de zitting van 21 februari 2017 waarna deze rechtbank op 29 maart 2017 het beroep van eiser ongegrond heeft verklaard (SHE 15/6694). De Afdeling heeft op 30 mei 2018 [3] het tegen die uitspraak gerichte hoger beroep en het beroep bij de rechtbank gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college 29 oktober 2015 vernietigd en het besluit van 18 maart 2015 herroepen. In deze uitspraak heeft de Afdeling onder meer het volgende overwogen:
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- herroept het primaire besluit voor zover daarbij de gecorrigeerde vervangingswaarde is vastgesteld en bepaalt deze waarde op € 537.892,–;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;