ECLI:NL:RVS:2018:1796
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit college over termijn bedrijfsverplaatsing subsidie wegens onrechtmatige vertraging
Appellant heeft een subsidie voor bedrijfsverplaatsing ontvangen onder de Beleidsregeling Verplaatsing Intensieve Veehouderijen 2005, met een eindtermijn gesteld op 31 december 2015. Hij kon deze termijn niet halen vanwege vertragingen veroorzaakt door het college en de gemeenteraad, met name door planologische procedures en ontheffingsbesluiten die pas laat werden verleend.
Het college weigerde de uitvoeringstermijn verder te verlengen, ondanks de vertragingen. Appellant stelde dat dit onrechtmatig was en dat hij daardoor schade leed. De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat appellant geen belang meer had bij de beoordeling van de termijnverlenging.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt echter dat appellant wel degelijk belang heeft, omdat de rechtmatigheid van de termijnweigering relevant is voor een mogelijke schadevergoeding. De Afdeling stelt vast dat het college onrechtmatig heeft gehandeld door niet eerder medewerking te verlenen, waardoor vertraging is ontstaan.
De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college en verklaart het beroep gegrond. Tevens veroordeelt zij het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De subsidie is reeds vastgesteld, zodat geen nieuw besluit over de einddatum nodig is.
Uitkomst: Het besluit van het college om de uitvoeringstermijn niet te verlengen wordt vernietigd wegens onrechtmatige vertraging, met vergoeding van proceskosten aan appellant.