Op 6 januari 2015 heeft verdachte ontucht gepleegd met een minderjarige prostituee die zich beschikbaar stelde voor seksuele handelingen tegen betaling. Verdachte kwam via een internetadvertentie met haar in contact, waarin stond dat zij meerderjarig was. De rechtbank stelde vast dat verdachte niet heeft gecontroleerd of het slachtoffer daadwerkelijk meerderjarig was.
De zaak kwam aan het licht na een MMA-melding over gedwongen prostitutie van het slachtoffer, waarna politieonderzoek leidde tot verdachte. Bewijs bestond uit verklaringen, telefoongegevens en een bekennende verklaring van verdachte. Hoewel de officier van justitie meermalen ontucht vorderde, achtte de rechtbank slechts éénmaal bewezen.
De rechtbank oordeelde dat verdachte strafbaar is voor ontucht met een minderjarige en dat het feit ernstig is vanwege de bescherming van minderjarigen tegen jeugdprostitutie. Verdachte had echter niet bewust gehandeld en ging uit van meerderjarigheid. Daarom vond de rechtbank een substantiële onvoorwaardelijke gevangenisstraf te zwaar en legde een taakstraf van 220 uren en een gevangenisstraf van 1 dag op.
De rechtbank hield rekening met de overschrijding van de redelijke termijn en paste een strafkorting toe. Verdachte werd deels vrijgesproken van andere tenlasteleggingen zoals tongzoenen. De uitspraak werd bij verstek gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Oost-Brabant op 10 juli 2018.