ECLI:NL:RBOBR:2018:1995
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afbakening onroerende zaak en gebruikersheffing OZB kantoorruimte
Eiseres is eigenaar van een kantoorpand dat verhuurd wordt aan meerdere huurders, waarbij de gehuurde ruimtes geen eigen sanitaire voorzieningen en pantry’s hebben, maar deze gezamenlijk worden gebruikt. Verweerder heeft de WOZ-waarde na bezwaar verlaagd, welke waarde eiseres niet meer betwist in beroep.
De kern van het geschil betreft de afbakening van de onroerende zaak: of delen van het pand als afzonderlijke onroerende zaken moeten worden aangemerkt op grond van artikel 16 Wet Pro WOZ. Verweerder stelt dat het pand als één onroerende zaak moet worden beschouwd omdat de voorzieningen gedeeld worden en de verdiepingen niet geheel afsluitbaar zijn.
De rechtbank overweegt dat voor kantoorruimten noodzakelijke voorzieningen zoals toilet en pantry aanwezig moeten zijn om een deel als afzonderlijk geheel te kunnen gebruiken. Aangezien deze voorzieningen gedeeld worden, is het pand terecht als één onroerende zaak aangemerkt. Omdat eiseres de delen verhuurt, is zij volgens de Wet WOZ de gebruiker en is de gebruikersheffing OZB terecht aan haar opgelegd. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de gebruikersheffing OZB wordt ongegrond verklaard omdat het pand terecht als één onroerende zaak is aangemerkt.