Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 april 2018 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
Ingevolge het tweede lid kan het college weigeren een vergunning te geven voor het maken of veranderen van de uitweg in het belang van:
a. de bruikbaarheid van de weg;
b. het veilig en doelmatig gebruik van de weg;
c. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving;
d. de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente.
4 februari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:289).
Gelet hierop moet worden geoordeeld dat het bestreden besluit, voor zover hierin de veiligheid en bruikbaarheid van de weg als weigeringsgrondslag is gebruikt, niet deugdelijk is gemotiveerd. Bezien wordt vervolgens of verweerder uit oogpunt van de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente de gevraagde vergunning voor deze in- en uitritten heeft kunnen weigeren.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder in redelijkheid een groter gewicht heeft kunnen toekennen aan het belang bij handhaving van het bestemmingsplan dan aan de belangen van eiseres bij de ontsluiting van het perceel voor bedrijfsdoeleinden. Daarbij verwijst de rechtbank naar de uitspraak van de rechtbank in de zaak SHE 17/3500. Uit deze uitspraak volgt dat de rechtbank van oordeel is dat er op 18 mei 2017 geen sprake was van legaal aangevangen gebruik van het perceel voor een bouw- of aannemersbedrijf en verweerder een last onder dwangsom heeft kunnen opleggen om te voorkomen dat er nog verder activiteiten op het perceel plaatsvinden die de aanwezige groenvoorzieningen aantasten. Van strijd met artikel 3:3 van Pro de Awb is dan ook geen sprake.
Over de gestelde strijd met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM overweegt de rechtbank dat dit artikel de toepassing van wetten die noodzakelijk kunnen worden geacht om het gebruik van de eigendom te reguleren in overeenstemming met het algemeen belang onverlet laat. De APV is een zodanige regulering.
Bij het nemen van het bestreden besluit heeft verweerder wat de beoordeling van de stedenbouwkundige motivering van de weigering betreft acht geslagen op de vaststelling van het nieuwe bestemmingsplan “ [naam bestemmingsplan] ” voor dit perceel en bezien of het hekwerk past binnen de nieuwe bestemming “Groen”. Verweerder stelt hierover dat op grond van deze bestemming weliswaar een erfafscheiding van 2 meter hoog mogelijk is op een afstand van meer dan 1 meter van openbaar toegankelijk gebied, maar het bouwplan dat voorligt voldoet volgens verweerder niet aan de uitgangspunten van dit nieuwe bestemmingsplan en evenmin is aangetoond dat aan de nieuwe bestemming wordt voldaan.
Op grond van vaste jurisprudentie van de Afdeling (waaronder de uitspraken van
11 november 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3421, en van 24 december 2015, ECLI:NL:RVS:2014:4666) wordt bij het nemen van een besluit op bezwaar in beginsel het recht toegepast, zoals dat op dat moment geldt. Bij wijze van uitzondering mag een bouwaanvraag worden getoetst aan het ten tijde van de indiening ervan nog wel, maar ten tijde van het besluit op de aanvraag dan wel het besluit op een daartegen ingediend bezwaar niet meer geldend bestemmingsplan, doch slechts indien ten tijde van de indiening van de aanvraag het bouwplan in overeenstemming was met het toen geldende bestemmingsplan en op dat moment geen voorbereidingsbesluit van kracht was voor een bestemmingsplan, dan wel een ontwerp voor een bestemmingsplan ter inzage was gelegd, waarmee dat bouwplan in strijd was.
Deze situatie doet zich in dit geval voor, nu de aanvraag is ingediend op 2 juni 2016, het voorbereidingsbesluit op 21 juni 2016 is genomen en het ontwerp van het bestemmingsplan “ [naam bestemmingsplan] ” op 15 juni 2017 ter inzage is gelegd.
a. ten behoeve van een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;
b. ten behoeve van de verkeersveiligheid;
c. ten behoeve van de sociale veiligheid;
d. ten behoeve van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
e. ter waarborging van de brand- en externe veiligheid;
f. ter bevordering van de zelfredzaamheid van aanwezigen en van de beheersbaarheid bij incidenten.