ECLI:NL:RBOBR:2018:1829
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Gevolgen omzetting BBZ-lening voor toeslagen en inkomensvaststelling
Eiser ontving toeslagen voor 2015, waarbij de omzetting van de BBZ-lening van zijn partner in een gift werd meegeteld als inkomen. Dit leidde tot verlaging van zorgtoeslag, kindgebonden budget en huurtoeslag. Eiser betoogde dat deze omzetting onterecht werd meegerekend, omdat een wijziging in de Uitvoeringsregeling Loonbelasting 2011 per 1 januari 2017 dergelijke omzettingen buiten het inkomen laat.
De rechtbank stelde vast dat de wijziging geen terugwerkende kracht heeft en dat de Belastingdienst/Toeslagen gebonden is aan de inkomensgegevens zoals vastgesteld door de inspecteur inkomstenbelasting. De rechtbank volgde de eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat de Uitvoeringsregeling zich richt tot de inspecteur en niet tot de toeslagenverstrekker.
Verder oordeelde de rechtbank dat artikel 2b van het Besluit huurtoeslag geen extra uitzondering bevat voor omgezette BBZ-leningen en dat het verzoek van eiser om een dergelijke uitzondering te maken niet kan worden ingewilligd. De rechtbank concludeerde dat eiser afhankelijk is van de wetgever voor een eventuele aanpassing en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de toeslagbesluiten over 2015 wordt ongegrond verklaard.