ECLI:NL:RBOBR:2018:136
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op bijstand als niet duurzaam gescheiden gehuwde zonder melding huwelijk
Eiser ontving bijstand naar de norm voor een alleenstaande sinds zijn echtscheiding in 2014. In mei 2015 trouwde hij in Marokko, maar meldde dit niet aan de gemeente. Verweerder stelde dat eiser niet duurzaam gescheiden leefde en trok de bijstand over de periode van mei 2015 tot oktober 2016 in, met terugvordering van te veel ontvangen bedragen.
Eiser stelde dat hij weliswaar gehuwd is, maar duurzaam gescheiden leeft omdat zijn echtgenote in Marokko woont, zij elkaar slechts eenmaal per jaar zien en er geen financiële banden zijn. Ook voerde hij aan dat de overgangsregeling en afstemming op grond van de Participatiewet van toepassing zouden moeten zijn.
De rechtbank volgde de eerdere uitspraak van de voorzieningenrechter en oordeelde dat eiser en zijn echtgenote niet duurzaam gescheiden leven. De omstandigheden wijzen niet ondubbelzinnig op een situatie waarin zij een eigen leven leiden als waren zij niet gehuwd. Het niet melden van het huwelijk betekent dat eiser zijn inlichtingenplicht heeft geschonden.
De intrekking van de bijstand en terugvordering zijn daarom terecht. De rechtbank wees het beroep af en benadrukte dat een aanvraag voor bijstand naar de norm van gehuwden aan eiser is om in te dienen. De overgangsregeling en toepassing van artikelen 18 en 24 van de Participatiewet zijn pas relevant bij een dergelijke aanvraag.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet duurzaam gescheiden leven en niet gemeld huwelijk.