Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
De bewijsmiddelen en de beoordeling daarvan.
.
Rechtbank Oost-Brabant
Verdachte heeft op 24 juli 2016 haar ex-vriend met een mes in de arm en onder de oksel gestoken, wat de rechtbank kwalificeert als poging tot doodslag. Kort daarvoor vernielde zij de ruit van de voordeur van zijn woning. Het slachtoffer wees verdachte direct aan als dader en overhandigde het mes aan de politie. Diverse getuigenverklaringen en forensisch onderzoek ondersteunen deze feiten.
De rechtbank verwierp het verweer van verdachte die ontkende te hebben gestoken en stelde vast dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans op overlijden van het slachtoffer heeft aanvaard. Verdachte werd ook veroordeeld voor de vernieling van de ruit op 13 juli 2016, welke zij bij de politie had bekend.
De rechtbank achtte een gevangenisstraf van 30 maanden passend, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, inclusief een contactverbod en een locatieverbod binnen 300 meter van het slachtoffer. De gevorderde maatregel van terbeschikkingstelling werd afgewezen wegens onvoldoende bewijs van een psychische stoornis. De vordering van de benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan volmacht.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, voor poging tot doodslag en vernieling.