Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.[gedaagde sub 1] ,
1.De procedure
- het vonnis van 20 juli 2016
- de akte van de zijde van [eiseres] van 19 april 2017, inhoudende uitlating voortzetting procedure en wijziging van eis
- de antwoord akte van de zijde van [gedaagden 1 + 2] van 3 mei 2017, inhoudende uitlating voortzetting procedure en wijziging eis.
2.De verdere beoordeling
- een verklaring voor recht dat het bijzonder wezenpensioen per 1 december 2016 € 15.295,- bedraagt;
a. medewerking aan conversie van het te verevenen ouderdomspensioen en bijzonder partnerpensioen waarbij de conversiewaarde vooralsnog wordt vastgesteld op € 190.000,- danwel een door de rechtbank te bepalen bedrag;
b. omzetting van het geconverteerde deel ad € 190.000,- in een oudedagsverplichting (ODV) ten behoeve van [eiseres] , met inachtneming van de juridische en fiscale regels;
c. betaling van het onder a en b gemelde bedrag aan de (inmiddels opgerichte) pensioen B.V. van [eiseres] .
(…) dient [eiseres] zich tevens uit te laten over de inhoud van de nieuwe wet in relatie tot haar vordering tot afstorting.”.