Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.De procedure
- de dagvaarding van 14 augustus 2017 met 19 producties;
- de door mr. Martens bij faxbericht van 29 augustus 2017, ingekomen ter griffie te 16.18 uur, ingestuurde producties 1 tot en met 5;
- de door mr. Martens bij faxbericht van 30 augustus 2017, ingekomen ter griffie te 10.43 uur, ingestuurde producties 6 en 7;
- de mondelinge behandeling op 30 augustus 2017 te 14.00 uur;
- de pleitnota van Hatko;
- de pleitnota van [gedaagde] .
2.De feiten
3.Het geschil
- het spoedeisend belang ontbreekt. [gedaagde] heeft in dit kader de vraag opgeworpen waarom Hatko per se twee kapotte pompen en een pomp die diende voor vervangende materialen maar die geen originele Bosch-pomp blijkt te zijn terug wil hebben in Turkije. Het vervoer alleen kost meer dan dat de pompen waard zijn, aldus [gedaagde] . Daarnaast heeft [gedaagde] vraagtekens geplaatst bij de sommatiebrieven van TCDD.
- in Duitsland heeft Hatko een hoofdzaak aanhangig gemaakt om de brandstofpompen van ETP terug te krijgen. Hetzelfde in Nederland bewerkstelligen in de onderhavige procedure is om die reden niet mogelijk;
- [gedaagde] heeft geen enkele contractuele verplichting jegens Hatko om de brandstofpompen af te geven. Hatko heeft verzuimd hiervoor bewijs te leveren. [gedaagde] heeft zaken gedaan met VME en zij op haar beurt met ETP. Via die route gaan de pompen terug. Het door Hatko gelegde conservatoir beslag tot afgifte strekt daar ook toe. Zodra er in de hoofdzaak in Duitsland een vonnis volgt waaruit blijkt dat de pompen terug moeten zal het gelegde conservatoir beslag executoriale vorm krijgen en ontstaat de gewenste verplichting. [gedaagde] heeft om die reden besloten het gelegde conservatoire beslag te respecteren en de procedure in Duitsland af te wachten.
4.De beoordeling
816,00