Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verzoekster] , verzoekster,
de burgemeester van de gemeente Oss, de burgemeester.
Procesverloop
Overwegingen
harddrugs in woningenbepaald dat als in woningen of bij woningen behorende erven drugshandel plaatsvindt ten aanzien van een middel als bedoeld in lijst I (harddrugs), met een handelsvoorraad van meer dan 0,5 gram (voor GHB geldt een hoeveelheid van 5 ml), bij een eerste constatering een sluiting van drie maanden volgt.
softdrugs in woningenis bepaald dat als in woningen of bij woningen behorende erven drugshandel plaatsvindt ten aanzien van een middel als bedoeld in lijst II (softdrugs), met een handelsvoorraad van minder dan 30 gram of 5 tot 20 hennepplanten, de overtreder een op schrift gestelde waarschuwing ontvangt. Deze waarschuwing geldt voor een termijn van twee jaar.
: "Dat een hoeveelheid drugs in een woning of een lokaal wordt aangetroffen, kan op zichzelf al een voldoende indicatie zijn dat deze voor verkoop, aflevering of verstrekking bestemd zijn en derhalve dat artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet van toepassing is,indien de hoeveelheid zodanig groot is dat vrijwel is uitgesloten dat de drugs voor eigen gebruik zijn bestemd.[onderstreping voorzieningenrechter]
. In een dergelijk geval zal de burgemeester in beginsel geen nadere feiten en omstandigheden hoeven aannemelijk te maken die er ook op wijzen dat de drugs “daartoe aanwezig” zijn. Het ligt in dat geval op de weg van de rechthebbende op het pand om het tegendeel aannemelijk te maken. Indien het tegendeel niet aannemelijk wordt gemaakt, is de burgemeester ingevolge artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet bevoegd om ten aanzien van het pand een last onder bestuursdwang op te leggen."Verder stelt de voorzieningenrechter vast dat dit volgens de rechtbank Breda alleen anders is als de aangetroffen hoeveelheden drugs niet meer zijn dan een beperkt aantal voor de belanghebbende gebruiker gebruikelijke doses. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter hebben verzoekers niet aannemelijk gemaakt dat van een dergelijke situatie sprake is.
Beslissing
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe, in die zin dat het bestreden besluit geschorst wordt, maar slechts tot en met 24 augustus 2017;
- draagt de burgemeester op het door verzoekers betaalde griffierecht van € 167,– aan hen te vergoeden;
- veroordeelt de burgemeester in de proceskosten tot een bedrag van € 990,–, te betalen aan verzoekers.