Eisers hebben omgevingsvergunningen aangevraagd voor de omzetting van agrarische woningen naar plattelandswoningen, welke door verweerder zijn geweigerd vanwege een te hoge achtergrondgeurbelasting. Verweerder betrok bij de berekening ook de geuremissies van het eigen bedrijf dat bij de woningen hoorde, wat leidde tot overschrijding van de streefwaarde van 20 Ou/m3.
Eisers stelden dat deze eigen geuremissies niet meegenomen mogen worden, verwijzend naar jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht de achtergrondbelasting toetst, maar dat het meenemen van de eigen bedrijfsgeuremissies in strijd is met de bedoeling van de Wabo en hogere regelgeving. De toetsing moet de eigen bedrijfsgeuremissies buiten beschouwing laten.
De rechtbank vernietigde de bestreden besluiten en stelde een termijn van 15 weken voor verweerder om nieuwe besluiten te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van eisers. De uitspraak benadrukt de juiste interpretatie van de Wabo en het belang van correcte milieutoetsing bij plattelandswoningen.