Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.
[verzoeker sub 1];
[verzoeker sub 2];
[verzoeker sub 3];
Van den Bosch Transport B.V.,gevestigd te Erp,
1.De procedure
De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen is besproken ter zitting.
2.Het verzoek
26 februari 2016 lijden en in de toekomst nog zullen lijden. [naam overledene] was immers voor de zorg en veiligheid bij het chauffeurswerk (mede c.q. voornamelijk) afhankelijk van Van den Bosch Transporten. [naam overledene] is bij Van den Bosch Transporten (kort doch onvoldoende) opgeleid. Ook kreeg [naam overledene] instructies van Van den Bosch Transporten die hij diende op te volgen ter zake de veiligheid van de vrachtwagen in het verkeer.
€ 30.000,00 schiet volstrekt tekort) heeft Van den Bosch Transporten zich niet als goed werkgever gedragen jegens [naam overledene] , waardoor Van den Bosch Transporten jegens verzoekers aansprakelijk is.
€ 6.239,21. Aan de dubbele redelijkheidstoets van artikel 6:96 BW Pro is niet voldaan.
3.De beoordeling
Rechtsmacht
3.De beslissing
18 april 2017.