ECLI:NL:RBOBR:2017:1714
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.H. Dworakowski - Kelders
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen woningsluiting wegens handel in harddrugs
Verzoeker, huurder van een woning in de gemeente Bernheze, werd geconfronteerd met een besluit van de burgemeester om zijn woning drie maanden te sluiten wegens aantreffen van een handelshoeveelheid harddrugs. De politie stelde in een bestuurlijke rapportage vast dat er 6,5 gram harddrugs, 111,2 gram versnijdingsmiddel, 7 gram hennep en 3,6 gram buitenweed aanwezig waren, wat volgens jurisprudentie wijst op drugsbestemming voor verkoop.
Verzoeker betoogde dat hij geen handelaar was en de drugs uitsluitend voor eigen gebruik had, en deed een beroep op de hardheidsclausule om vol te staan met een waarschuwing. Hij verwees naar zijn persoonlijke omstandigheden en de mogelijke gevolgen van sluiting, zoals het verlies van zijn woning.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder terecht uitging van de bestuurlijke rapportage en dat verzoeker onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de drugs niet voor verkoop bestemd waren. De burgemeester had beleidsvrijheid, maar in dit geval was het belang van de openbare orde zwaarder dan dat van verzoeker. De sluiting van drie maanden was proportioneel en er was een redelijke termijn gegeven om woonruimte te zoeken.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tegen deze uitspraak stond geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wegens handel in harddrugs is afgewezen.