De rechtbank Oost-Brabant behandelde op 30 november 2016 een zaak betreffende voorlopige voorzieningen in een echtscheidingsprocedure tussen partijen met drie minderjarige kinderen. De man verzocht om toewijzing van de kinderen aan hem met een contactregeling waarbij de veiligheid van de kinderen wordt gewaarborgd, vanwege zorgen over het alcoholprobleem van de vrouw en de veiligheid van de kinderen. De vrouw erkende haar probleem en volgde een behandeltraject, maar stelde dat er mediation was geweest en dat er vertrouwen moest worden hersteld.
De raad voor de kinderbescherming adviseerde de kinderen voorlopig aan de man toe te vertrouwen met begeleid contact met de vrouw, waarbij de moeder van de vrouw toezicht houdt. De rechtbank stelde een voorlopige zorgregeling vast met contactmomenten onder begeleiding. Tevens werd de vrouw het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning toegekend, waarbij de man de woning moest verlaten.
Ten aanzien van de alimentatie werd de behoefte van de kinderen en de vrouw vastgesteld op basis van het netto besteedbaar gezinsinkomen van 2015. De draagkracht van de man en vrouw werd berekend, rekening houdend met fiscale aspecten en woonlasten. De man werd verplicht om een bijdrage van €100,84 per kind per maand aan kinderalimentatie en €141,00 per maand aan partneralimentatie te betalen. Het verzoek tot een verstaclausule werd afgewezen. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.