Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de voorzieningenrechter van 14 november 2016 in de zaak tussen
[verzoeker] , verzoeker
de burgemeester van de gemeente Boekel, verweerder
de stichting Peelrandwonen te Boekel.
Rechtbank Oost-Brabant
Op 3 oktober 2016 heeft de burgemeester van de gemeente Boekel besloten een woning te sluiten van 11 oktober 2016 tot 11 april 2017 op grond van artikel 13b van de Opiumwet, nadat een handelshoeveelheid harddrugs was aangetroffen. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht om schorsing van de sluiting.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de burgemeester bevoegd was het besluit te nemen, omdat de aangetroffen hoeveelheid harddrugs de maximale hoeveelheid voor eigen gebruik ruimschoots overschrijdt, waardoor aannemelijk is dat de drugs bestemd waren voor verkoop. De burgemeester heeft bovendien een beleidsregel vastgesteld die voorziet in sluiting bij ernstige gevallen, waarbij eerst een waarschuwing of soortgelijke maatregel het uitgangspunt is.
Verzoeker voerde aan dat de motivering onvoldoende was, dat het beleid niet kenbaar was, en dat de sluitingstermijn disproportioneel is. De voorzieningenrechter oordeelt echter dat het besluit voldoende is gemotiveerd, het beleid niet kennelijk onredelijk is, en de duur van zes maanden passend is gezien de ernst van de feiten. Ook de verwijzing naar mildere beleidspraktijken in omliggende gemeenten leidt niet tot een ander oordeel.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af en bevestigt daarmee de sluiting van de woning voor zes maanden.
Uitkomst: Verzoek tot voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens handelshoeveelheid harddrugs wordt afgewezen.