ECLI:NL:RBOBR:2016:5799
Rechtbank Oost-Brabant
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Beschikking wraking rechters in strafzaak wegens vermeende partijdigheid afgewezen
De wrakingskamer van de Rechtbank Oost-Brabant behandelde op 19 oktober 2016 het wrakingsverzoek van benadeelde partijen tegen drie rechters van de meervoudige kamer in een strafzaak. Verzoekers stelden dat de rechters onpartijdigheid misten vanwege diverse incidenten tijdens de zitting, waaronder het weigeren van spreekrecht en late overhandiging van processtukken.
De wrakingskamer onderzocht de ontvankelijkheid van het verzoek, waarbij werd vastgesteld dat verzoekers in hun hoedanigheid van spreekgerechtigden niet ontvankelijk waren, maar wel ontvankelijk als benadeelde partijen. Vervolgens werd inhoudelijk beoordeeld of er sprake was van feiten of omstandigheden die een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid rechtvaardigen.
De kamer concludeerde dat de beslissingen van de rechters, waaronder organisatorische en procedurele keuzes, niet zo onbegrijpelijk waren dat zij voortkwamen uit vooringenomenheid. Ook de vermeende onjuiste bejegening van verzoekers vormde geen zwaarwegende aanwijzing voor partijdigheid. Het subjectieve gevoel van verzoekers was onvoldoende om het wrakingsverzoek gegrond te verklaren.
Daarom wees de wrakingskamer het wrakingsverzoek af voor zover het was ingediend door benadeelde partijen en verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk voor zover het was ingediend door spreekgerechtigden. De beschikking werd ondertekend door mr. Van Ekert namens de wrakingskamer.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is deels niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige afgewezen wegens ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.