Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.
was de behuizing voor die dieren niet zodanig geconstrueerd en/of verkeerde die behuizing niet in een zodanige staat van onderhoud dat er geen scherpe randen of uitsteeksel waren die de dieren konden verwonden en/of
konden ongeveer 256, in elk geval één of meer runderen niet over een schone en droge ligplaats beschikken en/of waren de vloeren van de stallen waarin zij verbleven vervuild met mest en/of waren de klauwen en/of poten en/of onderbuik van deze runderen met aangekoekte mest besmet en/of
hadden ongeveer 100, in elk geval één of meer runderen een huidinfectie en werden zij niet op passende wijze verzorgd en/of was voor die dieren geen dierenarts geraadpleegd en/of
waren de runderen met het werknummer 0147 en/of 0062 en/of 0052 en/of 0053 en/of 0002, welke runderen ziek of gewond waren, niet afgezonderd in een passend onderkomen en/of
hadden ongeveer 42, in elk geval één of meer dieren geen toegang tot een toereikende hoeveelheid schoon water.
2.
was de behuizing voor die dieren niet zodanig geconstrueerd en/of verkeerde die behuizing niet in een zodanige staat van onderhoud dat er geen scherpe randen of uitsteeksel waren die de dieren konden verwonden en/of
konden ongeveer 100, in elk geval één of meer runderen niet over een schone en droge ligplaats beschikken en/of waren de vloeren van de stallen waarin zij verbleven vervuild met mest en/of waren de klauwen en/of poten en/of onderbuik van deze runderen met aangekoekte mest besmet en/of
waren de runderen met het werknummer 0142 en/of 4956 en/of 2751 en/of 9642 en/of 9664 en/of 9843 en/of 9936, welke runderen ziek of gewond waren, niet op passende wijze verzorgd en/of niet afgezonderd in een passend onderkomen en/of
hadden ongeveer 30, in elk geval één of meer runderen te lange klauwen.
Ontbrekende diagnoses ten aanzien van feit 1 en 2
Partieel vrijspraak
“de runderen met werknummer 0147 en/of 0062 en/of 0052 en/of 0053 en/of 0002, welke runderen ziek of gewond waren, niet afgezonderd waren in een passend onderkomen”,zoals ten laste gelegd onder feit 1, vierde gedachtestreepje, wordt overwogen dat, hoewel door de NVWA is vastgesteld dat de runderen met werknummer 0062, 0052, 0053 en 0002 (té) mager waren, niet vast is komen te staan dat deze runderen ook ziek en/of gewond waren. Mager of te mager betekent immers niet zonder meer dat de dieren ziek of gewond zijn en dus afgezonderd hadden moeten worden. Dit is verder ook niet toegelicht in de rapporten van de NVWA. Nu dit niet wettig en overtuigend bewezen kan worden, zal verdachte (partieel) worden vrijgesproken van dit onderdeel van de tenlastelegging.
nietten aanzien van het dier met werknummer 0147, waarvan de NVWA heeft vastgesteld dat het op 11 februari 2014 kreupel was en - dus - ziek of gewond en om die reden afgezonderd diende te worden van de gezonde dieren.
ongeveer 42, in elk geval één of meer dieren geen toegang hadden tot een toereikende hoeveelheid schoon water”, zoals ten laste gelegd onder feit 1, vijfde gedachtestreepje, wordt overwogen dat uit het dossier niet, althans onvoldoende, volgt dat er té weinig water aanwezig was voor de runderen. De deskundigen hebben op dit punt ter terechtzitting ook geen eensluidende verklaring afgelegd. Om die reden kan niet buiten redelijke twijfel worden vastgesteld en bewezen verklaard dat één of meer runderen geen toegang hadden tot een toereikende hoeveelheid schoon water. De verdachte zal dan ook (partieel) worden vrijgesproken van dit onderdeel van de tenlastelegging.
Overige
was de behuizing voor die dieren niet zodanig geconstrueerd en/of verkeerde die behuizing niet in een zodanige staat van onderhoud dat er geen scherpe randen of uitsteeksels waren die de dieren konden verwonden en
konden ongeveer 256 runderen niet over een schone en droge ligplaats beschikken en
hadden meer runderen een huidinfectie en werden zij niet op passende wijze verzorgd en/of was voor die dieren geen dierenarts geraadpleegd en
was het rund met het werknummer 0147, welk rund ziek of gewond was, niet afgezonderd in een passend onderkomen.
was de behuizing voor die dieren niet zodanig geconstrueerd en/of verkeerde die behuizing niet in een zodanige staat van onderhoud dat er geen scherpe randen of uitsteeksels waren die de dieren konden verwonden en
konden ongeveer 100 runderen niet over een schone en droge ligplaats beschikken en
waren de runderen met het werknummer 0142 en 4956 en 2751 en 9642 en 9664 en 9843 en 9936, welke runderen ziek of gewond waren, niet op passende wijze verzorgd en/of niet afgezonderd in een passend onderkomen en
hadden ongeveer 30 runderen te lange klauwen.
“de behuizing voor die dieren niet zodanig geconstrueerd was en die behuizing niet in een zodanige staat van onderhoud verkeerde dat er geen scherpe randen of uitsteeksels waren die de dieren konden verwonden”, zoals ten laste gelegd en bewezenverklaard onder feit 1 en 2, eerste gedachtestreepje. De verdediging heeft in dit kader aangevoerd dat er een aparte strafbaarstelling gecreëerd is door de wetgever voor overtredingen die zien op de huisvesting van dieren, zijnde artikel 35 van Pro de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (hierna: GWWD). Onder verwijzing naar artikel 5 lid 4 van Pro het Besluit Welzijn Productiedieren, welk besluit van kracht was tot 1 juli 2014 en een uitwerking was van onder meer artikel 35 GWWD Pro, alsmede onder verwijzing naar de zelfstandige strafbaarstelling van artikel 35 GWWD Pro in artikel 1 sub Pro 4 van de Wet op de Economische Delicten (hierna: WED), heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat artikel 35 GWWD Pro aan te merken is als een lex specialis ten opzichte van artikel 37 GWWD Pro. De raadsman is van oordeel dat de vermeende gebreken in de huisvesting van de dieren, zoals de aanwezigheid van scherpe delen, niet als ‘het onthouden van de nodige verzorging’, zoals bedoeld in artikel 37 GWWD Pro gekwalificeerd kan worden. Aangezien het feit niet als zodanig te kwalificeren is en er geen andere gedraging ten laste is gelegd, dient een veroordeling achterwege te blijven, aldus de verdediging. De rechtbank begrijpt dat de verdediging met deze laatste zin bedoeld dat het vermeende kwalificatiegebrek tot de conclusie dient te leiden dat verdachte ontslagen wordt van alle rechtsvervolging.
NJ1933, 918), waarin is betoogd dat de formulering van het wettelijk voorschrift niet (langer) aansluit bij de maatschappelijke werkelijkheid.
overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 37 van Pro de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, meermalen gepleegd
overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 37 van Pro de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, meermalen gepleegd
Taakstrafvoor de duur van
120 urensubsidiair 60 dagen hechtenis met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek Pro van Strafrecht
Gevangenisstrafvoor de duur van
4 maanden voorwaardelijkmet een proeftijd van 3 jaren
1.Ten aanzien van feit 1 (11 februari 2014)
Proces-verbaal bijzondere opsporingsambtenaren [verbalisant 1] , [verbalisant 2] , [verbalisant 3] , [verbalisant 5] en [verbalisant 6]d.d. 15, 16 en 22 september 2014, pagina 8, 10 t/m 13
Toezichtrapport bijzondere opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2] (NVWA), d.d. 19 februari 2014, pagina 73 t/m 83.
Verklaring toezichthoudend dierenartsen [dierenarts 1] en [dierenarts 2], veterinaire verklaring d.d. 13 februari 2014, pagina 96 t/m 104
2.Ten aanzien van feit 2 (3 juni 2014)
Proces-verbaal bijzondere opsporingsambtenaren [verbalisant 1] , [verbalisant 2] , [verbalisant 3] , [verbalisant 5] en [verbalisant 6]d.d. 15, 16 en 22 september 2014 , pagina 8, 24 t/m 26
Toezichtrapport van bijzondere opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2] (NVWA), d.d. 13 juni 2014, pagina 201 t/m 213
Verklaring toezichthoudend dierenartsen [dierenarts 1] en [dierenarts 2], veterinaire verklaring d.d. 11 juni 2014, pagina 222 t/m 232