ECLI:NL:RBOBR:2016:4381
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.H. Dworakowski - Kelders
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens misbruik van procesrecht bij Wob-verzoeken
Eiseres heeft in een korte periode van ongeveer zes weken 59 Wob-verzoeken ingediend bij de gemeente Oss, waarvan het college een groot deel heeft afgewezen wegens misbruik van recht. De rechtbank oordeelt dat het indienen van deze verzoeken niet bedoeld is om informatie te verkrijgen, maar om het ambtelijk apparaat te belasten en ongenoegen te uiten.
De rechtbank weegt mee dat eiseres verzoeken heeft opgesplitst per jaar, ondanks dat dit niet werd verlangd, en dat zij ingebrekestellingen stuurde voor niet-bekende verzoeken en weigerde mee te werken aan het overleggen van kopieën. Daarnaast gebruikte eiseres in haar verzoeken beledigende en respectloze taal richting het college en ambtenaren.
De rechtbank stelt dat zwaarwichtige gronden vereist zijn voor niet-ontvankelijkverklaring wegens misbruik van recht, zeker bij een burger tegen de overheid. Gezien het grote aantal verzoeken, de wijze van indienen en de inhoudelijke toon, concludeert de rechtbank dat sprake is van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en veroordeelt eiseres tot vergoeding van de proceskosten van € 1.488,–, te verdelen over vier samenhangende zaken. Het hoger beroep staat open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van procesrecht en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.