Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Parketnummer vordering: 13/664281-12
Rechtbank Oost-Brabant
De rechtbank Oost-Brabant heeft op 22 juni 2016 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte die werd verdacht van handel in en bezit van cocaïne. Verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk verkopen, afleveren, vervoeren en aanwezig hebben van cocaïne in de periode van december 2012 tot en met 11 december 2015.
De rechtbank baseerde haar oordeel op verklaringen van meerdere getuigen die bevestigden dat verdachte cocaïne verkocht, waarbij termen als "films" en "dvd's" werden gebruikt als codewoorden voor cocaïne. Verdachte woonde in deze periode op twee adressen in dezelfde woonplaats. De rechtbank achtte bewezen dat verdachte vanaf december 2012 tot aan zijn aanhouding in december 2015 cocaïne handelde. Daarnaast werd vastgesteld dat verdachte op 11 december 2015 ongeveer 6,8 gram cocaïne in zijn woning aanwezig had.
De rechtbank verwierp de verdediging die de handel over een kortere periode wilde laten vaststellen en vond de verklaringen van getuigen betrouwbaar. Gezien de ernst van de feiten, de aanwezigheid van harddrugs in een kinderslaapkamer en het maatschappelijke belang van normhandhaving, legde de rechtbank een gevangenisstraf van 24 maanden op, met aftrek van voorarrest. Een vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke veroordeling werd afgewezen omdat uitvoering op dat moment niet opportuun werd geacht.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest voor handel en bezit van cocaïne.