Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 25 april 2016 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- vernietigt het bestreden besluit;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Oost-Brabant
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin zijn dagloon voor de WW-uitkering werd vastgesteld op €57,93 per dag. De rechtbank heeft in een eerdere tussenuitspraak geoordeeld dat de methode van berekening, waarbij het loon over 8,5 maanden werd gedeeld door 261, niet in overeenstemming is met de verzekeringsgedachte van de WW en het beginsel dat het dagloon een redelijke afspiegeling moet zijn van het welvaartsniveau van eiser.
De rechtbank heeft verweerder de gelegenheid gegeven het besluit te herstellen door een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen, maar verweerder heeft hiervan geen gebruik gemaakt. Daarom verklaart de rechtbank het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit. Verweerder moet binnen zes weken na het verkrijgen van gezag van gewijsde een nieuw besluit op bezwaar nemen, rekening houdend met de uitspraak en de tussenuitspraak.
De rechtbank wijst ook het verzoek om schadevergoeding in de vorm van wettelijke rente af, omdat de omvang daarvan nog niet vaststaat. Verder veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiser, vastgesteld op €1.014,06.
Tenslotte is hoger beroep mogelijk binnen zes weken na verzending van de uitspraak bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder moet binnen zes weken een nieuw besluit op bezwaar nemen.