ECLI:NL:RBOBR:2015:7059
Rechtbank Oost-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Schorsing intrekking omgevingsvergunning mestvergister wegens onduidelijkheid en naleving
Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant trokken de omgevingsvergunning van een mestvergistingsinstallatie in op grond van artikel 5.19 Wabo wegens overtredingen en onvoldoende naleving van vergunningvoorschriften. De voorzieningenrechter constateert dat veel overtredingen zijn beëindigd en dat onduidelijk is of andere handhavingstrajecten liepen. Ook is onduidelijk bij welke nieuwe overtredingen intrekking volgt en wanneer verbetering voldoende is.
De voorzieningenrechter benadrukt dat intrekking een zware sanctie is en dat verzoekster terecht wordt aangesproken op haar naleving, maar dat niet vaststaat dat het besluit onverkort standhoudt. Gezien de onomkeerbare gevolgen voor het bedrijf en risico's voor de omgeving wordt de intrekking geschorst tot na de bezwaarprocedure. Verzoekster moet maatregelen nemen om de omgeving te beschermen en laten zien dat zij zonder nieuwe overtredingen kan opereren.
De voorzieningenrechter wijst op de noodzaak van duidelijkheid over sancties en verbetering en stelt dat bij niet-naleving de schorsing kan worden opgeheven. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 10 december 2015.
Uitkomst: De schorsing van de intrekking van de omgevingsvergunning wordt gehandhaafd tot na de bezwaarprocedure onder voorwaarden.