ECLI:NL:RBOBR:2015:5149
Rechtbank Oost-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens handelshoeveelheid GHB
De burgemeester van de gemeente Veldhoven legde op grond van artikel 13b van de Opiumwet een last onder bestuursdwang op tot sluiting van een woning voor drie maanden vanwege de aanwezigheid van 165 milliliter GHB, een hoeveelheid die ruim boven de maximale hoeveelheid voor eigen gebruik ligt. Verzoeker, de huurder van de woning, maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om schorsing van de sluiting.
De voorzieningenrechter stelde vast dat de bevoegdheid tot sluiting niet afhankelijk is van daadwerkelijke handel, maar ontstaat door de aanwezigheid van een handelshoeveelheid drugs in de woning. De stelling van verzoeker dat de drugs toebehoorden aan een bezoeker en dat hij niet wist van de drugs, deed hieraan niet af. Ook het ontbreken van drugsgerelateerde overlast was niet relevant voor de bevoegdheid van de burgemeester.
De rechter oordeelde dat de burgemeester beleidsvrijheid heeft bij de toepassing van artikel 13b Opiumwet en dat het Handhavingsbeleid van de gemeente Veldhoven voorziet in sluiting bij dergelijke situaties. Gezien de ernst van de feiten was het niet disproportioneel om af te zien van een waarschuwing en direct tot sluiting over te gaan. Verzoeker had onvoldoende onderbouwd dat de sluiting onredelijk was of dat hij geen vervangende woonruimte kon vinden.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af en bevestigde de sluiting van de woning per 1 september 2015 voor drie maanden.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wordt afgewezen.