Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Uitspraak van de meervoudige kamer van 26 januari 2015 in de zaak tussen
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oss, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
- verzoekers, maar ook eventuele rechtsopvolgers onder algemene of bijzondere titel, zullen gedurende een periode van twee jaren na het onherroepelijk worden van het te nemen besluit op het verzoek om planschadevergoeding, de mogelijkheid krijgen om door middel van het indienen van een verzoek om schadevergoeding voor de bouw van een schoorsteen van 11 meter, alsnog aan de eisen van het Activiteitenbesluit te voldoen;
- na het mogelijk maken van deze bouwmogelijkheid via een buitenplanse afwijkingsprocedure met ruimtelijke onderbouwing en het afgeven van de benodigde omgevingsvergunning, zal aan verzoekers dan wel hun rechtsopvolgers gedurende een periode van drie jaren de gelegenheid worden geboden om van die vergunning gebruik te maken;
- indien compensatie in natura niet mogelijk zal blijken om redenen buiten de macht van verzoekers dan wel hun rechtsopvolgers, zal alsnog worden overgegaan tot betaling van schadevergoeding ter hoogte van € 106.700,-- vermeerderd met de wettelijke rente over het schadebedrag vanaf de ontvangst van het verzoek om planschadevergoeding;
- leges, bouwkosten of andere kosten in verband met het mogelijk maken van de hiervoor beschreven bouwmogelijkheid zullen niet in rekening worden gebracht en kosten van de planologische procedure zullen ten laste van de gemeente komen.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit, voor zover verweerder niet heeft onderbouwd waarom de realisering van een schoorsteen planologisch aanvaardbaar is;
- laat in zoverre de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand en bepaalt dat haar uitspraak voor het vernietigde gedeelte van het besluit in de plaats treedt;
- vernietigt het bestreden besluit, voor zover het de tegemoetkoming in de kosten van de realisering van de schoorsteen betreft;
- voorziet zelf in de zaak door de passage achter het vierde gedachtestreepje in het bestreden besluit, beginnende met "leges" en eindigende met "komen", te vervangen door de volgende tekst:
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van in totaal € 974,00;
- bepaalt dat verweerder eisers het door hen betaalde griffierecht van € 328,00 dient te vergoeden.