ECLI:NL:RBOBR:2015:2947
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Y.S. Klerk
- F.M. Tadic
- E.L. Benetreu
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering bij arbeidsovereenkomst met uitgestelde prestatieplicht
Eiser trad op 13 januari 2014 in dienst bij NVO Lijmwerken B.V. op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd met uitgestelde prestatieplicht (mup-overeenkomst). Verweerder weigerde een WW-uitkering vanaf 18 maart 2014 omdat de werkgever loondoorbetaling verschuldigd zou zijn tot 5 mei 2014.
De arbeidsovereenkomst bevatte een clausule die artikel 7:628 BW Pro uitsloot, waardoor loon alleen over daadwerkelijk gewerkte uren verschuldigd was. De rechtbank oordeelde dat bij een mup-overeenkomst zonder werkgarantie en met contractuele uitsluiting van loondoorbetaling bij niet-oproep, eiser op 18 maart 2014 geen recht had op loon.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met het motiveringsbeginsel en bepaalde dat verweerder een nieuwe beslissing moet nemen waarbij nader onderzoek wordt gedaan naar arbeidsurenverlies en beschikbaarheid. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder moet een nieuwe beslissing nemen over de WW-uitkering vanaf 18 maart 2014.