ECLI:NL:RBOBR:2014:6905
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit financiële tegemoetkoming traplift wegens strijd met Bouwbesluit
Eiser vroeg een woonvoorziening aan op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) in de vorm van een trapliftinstallatie aan de buitenzijde van de trap en een aanpassing van de badkamer. Verweerder kende een financiële tegemoetkoming toe gebaseerd op de kosten van deze trapliftinstallatie. Eiser stelde dat de traplift in strijd was met het Bouwbesluit, waardoor de tegemoetkoming geen adequate voorziening was.
De rechtbank stelde vast dat de trapliftinstallatie inderdaad strijdig was met bepalingen uit het Bouwbesluit, met name vanwege onvoldoende vrije breedte van de trap, blokkering van de voordeur door de liftstoel en het ontbreken van een veilige vluchtroute. Verweerder had onvoldoende gemotiveerd dat er sprake was van een gelijkwaardige oplossing zoals bedoeld in artikel 1.3 van het Bouwbesluit.
De rechtbank oordeelde dat verweerder niet had voldaan aan zijn compensatieplicht uit de Wmo en dat eiser niet kon worden verplicht mee te werken aan een voorziening die strijdig is met het Bouwbesluit. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen, waarbij rekening moet worden gehouden met deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot toekenning van een financiële tegemoetkoming voor een trapliftinstallatie aan de buitenzijde van de trap is vernietigd wegens strijd met het Bouwbesluit.