Eiser, eigenaar van een appartement in het Paleiskwartier te ’s-Hertogenbosch, betwist de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van €223.000 per 1 januari 2012. Verweerder handhaafde deze waarde na bezwaar. Eiser stelt dat de waarde te hoog is en pleit voor een waarde van €182.000.
De rechtbank onderzocht de onderliggende taxatie, waarbij verweerder zich baseerde op een taxatierapport van 14 april 2014. Dit rapport gebruikte vergelijkingsobjecten uit hetzelfde appartementencomplex, waarbij rekening werd gehouden met verschillen zoals het ontbreken van een parkeerplaats bij de woning van eiser. Eiser voerde aan dat een van de vergelijkingsobjecten niet marktconform was verkocht en dat de gehanteerde eenheidsprijzen niet aansluiten bij de door hem geanalyseerde prijzen per vierkante meter.
De rechtbank oordeelde dat de koopakte van het betwiste vergelijkingsobject geen aanwijzingen gaf voor een niet-marktconforme verkoop. Ook achtte de rechtbank de door verweerder gebruikte vergelijkingsobjecten beter vergelijkbaar dan die van eiser. De door eiser overgelegde algemene m²-prijzen en nieuwbouwprijzen waren niet specifiek en niet relevant voor de waardepeildatum. Gezien deze overwegingen concludeerde de rechtbank dat verweerder aan zijn bewijslast had voldaan en dat de WOZ-waarde van €223.000 niet te hoog was vastgesteld.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.