Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verzoeker] en [verzoekster], te [woonplaats], verzoekers
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heusden, verweerder
[bedrijfsnaam], te [vestigingsplaats] (gemachtigde mr. F.A. Pommer).
Rechtbank Oost-Brabant
Verzoekers, woonachtig op een niet-gezoneerd industrieterrein nabij een metaalbewerkingsbedrijf, klaagden over geluidsoverlast sinds de ingebruikname van nieuwe machines en installaties. Zij verzochten het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heusden om handhavend op te treden en vroegen een voorlopige voorziening om het gebruik van de betreffende machines stil te leggen.
De voorzieningenrechter stelde vast dat het bedrijf sinds 2008 valt onder het Activiteitenbesluit, waarbij de milieuvergunning van 2002 is vervallen. Uit uitgebreid onderzoek door de Omgevingsdienst bleek dat de geluidniveaus binnen de geldende grenswaarden lagen, ook tijdens worst-case scenario’s. Het akoestisch rapport van verzoekers, gebaseerd op kortdurende metingen, bood onvoldoende aanleiding om het besluit te herzien.
Verzoekers konden niet aannemelijk maken dat het onderzoek van de Omgevingsdienst gebrekkig was of dat het bedrijf niet aan de regels voldeed. De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek om een voorlopige voorziening niet gegrond was en dat het bestreden besluit naar verwachting na bezwaar stand zal houden. Het verzoek werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit om niet handhavend op te treden wegens geluidsoverlast wordt afgewezen.