Uitspraak
1.Procesverloop
- het verzoekschrift van 5 juni 2014;
- de schriftelijke reactie van de rechter van 17 juni 2014 op het wrakingsverzoek;
- het dossier in de hoofdzaak.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Oost-Brabant
In deze zaak heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen de kantonrechter in de procedure met zaaknummer 894282 MU VERZ 13-1180. Verzoeker stelde dat sprake was van vooringenomenheid en schijn van partijdigheid omdat de rechter voorafgaand aan de zitting contact had met de zittingsvertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie, terwijl verzoeker daarbij niet aanwezig was.
Tijdens de mondelinge behandeling lichtte de gemachtigde van verzoeker toe dat de rechter tijdens de zitting informatie gaf over een nog uit te spreken arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, wat volgens verzoeker invloed kon hebben op de beslissing over het al dan niet aanhouden van de zaak. De rechter erkende het contact maar stelde dat het ging om algemene informatie over een arrest dat niet specifiek de zaak van verzoeker betrof.
De rechtbank oordeelde dat het contactmoment van inhoudelijke aard was en dat het, hoewel de zaak van verzoeker niet individueel besproken zou zijn, toch ging om informatie die de zaak raakte. Hierdoor werd de schijn gewekt dat de rechter de zaak had voorbesproken met het Openbaar Ministerie, wat de onpartijdigheid aantastte. Op grond hiervan werd het wrakingsverzoek toegewezen.
De beschikking werd gegeven door de wrakingskamer van de rechtbank Oost-Brabant en in het openbaar uitgesproken op 11 juli 2014.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter wordt toegewezen wegens schijn van partijdigheid na voorafgaand contact met het Openbaar Ministerie.