ECLI:NL:RBOBR:2014:5056
Rechtbank Oost-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom voor illegale exploitatie parkeerterrein
Verzoekster exploiteert parkeerplaatsen bij een kantoorpand dat grotendeels leegstaat. Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven legde een last onder dwangsom op aan zowel verzoekster als de eigenaar van de percelen wegens strijdig gebruik met het bestemmingsplan, omdat het terrein als openbaar parkeerterrein wordt geëxploiteerd zonder vergunning.
Verzoekster maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster als huurder slechts een afgeleid belang heeft ten aanzien van het besluit aan de eigenaar, waardoor haar verzoek in die zaak werd afgewezen. Ten aanzien van het aan verzoekster zelf gerichte besluit werd het verzoek tot voorlopige voorziening toegewezen en het besluit geschorst.
De voorzieningenrechter vond dat het gebruik van het terrein als openbaar parkeerterrein niet ondergeschikt is aan de hoofdfunctie kantoor en daarom strijdig met het bestemmingsplan. Hoewel het bestemmingsplan een wijzigingsbevoegdheid naar autoparkeerterrein kent, weigerde de gemeente medewerking vanwege beleidsmatige overwegingen gericht op vermindering van autoverkeer en verbetering van luchtkwaliteit.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de weigering een draagkrachtige motivering heeft en dat het bestuursorgaan in redelijkheid tot het besluit kon komen. Gezien de belangenafweging en het voorlopige karakter van de procedure werd het besluit aan verzoekster geschorst tot zes weken na bekendmaking van het besluit op bezwaar. Verzoekster werd tevens in de proceskosten en griffierecht tegemoetgekomen.
Uitkomst: Het besluit tot last onder dwangsom aan verzoekster wordt geschorst en het verzoek tot voorlopige voorziening wordt toegewezen.